page contents
Nederlands Nieuw-Guinea (NNG)

Dutchhelmets

De Nederlandse stalen helm 1916-1992


Emblemen gedragen in Nederlands Nieuw-Guinea (NNG)


Nederlands Nieuw-Guinea was van 1949 tot 1962 een overzees gebiedsdeel van het Koninkrijk der Nederlanden en voor 1949 maakte het deel uit van Nederlands-Indië. Bij de overdracht van de soevereiniteit van Nederlands-Indië aan Indonesië, behield Nederland Nieuw-Guinea.


De Indonesische leider Soekarno wilde Nederlands Nieuw-Guinea zo snel mogelijk inlijven en werd zodoende inzet van een slepend conflict tussen Nederland en Indonesië dat rond 1960 een sterker militair karakter kreeg.


In 1949 waren er op Nieuw Guinea slechts vier pelotons, waarvan een dat uit Papoea's bestond, die samen met de Algemene Politie voor orde en rust dienden te zorgen. In december 1949 werd een bataljon van de Koninklijke Landmacht (het zevende bataljon Garderegiment Prinses Irene), vergezeld van een compagnie aan en afvoertroepen ter aanvulling naar Nieuw Guinea gestuurd.

In de eerste maanden van 1950 kwamen nog omstreeks 500 militairen van het KNIL over en in oktober een infanteriecompagnie van het Korps Mariniers. Vanaf 1950 werd deze sterkte  (dan ongeveer 1.500 man) op peil gehouden door een systeem van individuele aflossingen.


Na enkele kleinschalige infiltraties nam de Indonesische militaire dreiging vanaf 1958 flink toe, zodat Nederland de troepensterkte tot ongeveer 10.000 militairen opvoerde.

Eind 1958 werden twee radars met personeel overgevlogen, de landmacht keerde datzelfde jaar terug naar Nieuw Guinea met een detachement commando´s en in 1959 de 936ste afdeling lichte luchtdoelartillerie. Datzelfde jaar werd het wettelijk mogelijk dienstplichtigen van de landmacht en de luchtmacht naar Nieuw Guinea te sturen.


In 1960 werd de sterkte aan beschikbare strijdkrachten verdubbeld tot ruim 5.000 man. Door Hr. Ms. Karel Doorman werden twaalf Hawker Hunter straaljagers en twee Alouette helicopters overgebracht en de landmacht werd versterkt met een infanteriebataljon, 6IB. Vanaf 1 november 1960 stonden de eenheden onder bevel van de Commandant Strijdkrachten in Nieuw Guinea (COSTRING). Deze was daarnaast Commandant Zeemacht Nederlands Nieuw Guinea.


In de jaren 1961 en 1962 werd de strijdmacht op Nieuw Guinea verdubbeld met twee infanteriebataljons (het 17de en 41ste) en twee afdelingen luchtdoelartillerie (940 en 928) van de landmacht. Verder met twaalf Hawker Hunters en zes Dakota´s van de luchtmacht (336 squadron) en twee marinierscompagnieen, verschillende jagers en fregatten en twee onderzeeboten.  De sterkte van de krijgsmacht op Nieuw Guinea bedroeg toen bijna 10.000 man.

Een succesvolle verdediging werd echter moeilijk doordat de Nederlandse eenheden verspreid waren, de aanvoerlijnen lang waren, er geen concrete steun van de bondgenoten kwam en omdat er in 1962 een leger van 30.000 Indonesische militairen klaarstond voor een aanval. 


Vanaf begin 1961 werd de strijd harder en vielen aan Nederlandse kant ook doden. De Indonesische luchtmacht kreeg vrij spel en ging ertoe over grote groepen para's boven delen van Nieuw Guinea af te werpen. De Indonesiers bereidden bovendien een grote aanval voor, operatie Djajawidjaja en de aanvalsvloot, benodigd hiervoor, vertrok op 14 augustus 1962 naar Nieuw Guinea.

Deze aanval ging uiteindelijk niet door omdat een wapenstilstand, het Akkoord van New York, op 18 augustus van kracht werd. Na deze datum waren alle activiteiten verder gericht op de overdracht van Nieuw Guinea aan de VN vredesmacht UNTEA en op repatriering. 


In de periode 1950-1962 zijn in totaal ongeveer 30.000 Nederlandse militairen ingezet in het toenmalige Nederlands Nieuw-Guinea. In totaal sneuvelden 9 Nederlanders en overleden er 94 door ongeval of ziekte.


Het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea zijn nu de provincies Papoea (Pulau Irian) en West-Papoea (Papua Barat) in Indonesië.