Onderscheidingstekenen Koninklijke Landmacht

Bijzondere onderscheidingstekenen ingevoerd vanaf 1947


Bij Ministeriële Beschikking van 9 Nov. 1946 Nr. 920 verschenen werden de verschillende onderscheidingstekenen voor de Koninklijke Landmacht vastgelegd, met uitzondering van de Luchtstrijdkrachten en het Vrouwenhulpcorps.


De kleuren werden vastgelegd als z.g. standaardkleuren. Waar dit mogelijk werd de keuze gebaseerd op gegevens der traditie. In andere gevallen werd de keuze bepaald op aesthetische gronden of om redenen door welke de betekenis van het wapen of dienstvak beter tot uitdrukking werd gebracht.


De bij de Koninklijke Landmacht ingevoerde onderscheidingstekenen werden in 4 groepen verdeeld, nl.:

- Rangonderscheidingstekenen,

- Korpsonderscheidingstekenen,

- Wapenonderscheidingstekenen en

- Bijzondere onderscheidingstekenen.


Bijzondere onderscheidingstekenen werden gedragen op;

- de linkerbovenmouw: het voor alle militairen van de Koninklijke Landmacht geldende onderscheidingsteken van de Nederlandse Leeuw met de wapenspreuk: „Je maintiendrai",


- de rechterbovenmouw: het onderscheidingsteken voor grote eenheden (ie Divisie „7 December", 2e divisie, T.B.N., M.v.O. enz.)

'

- de linkerborst: het onderscheidingsteken voor bijzondere hogere vakbekwaamheid (Generale Staf, Intendance enz.),


- de benedenmouw : de reeds vastgestelde en nog nader vast te stellen onderscheidingstekenen voor bijzondere vakbekwaamheid.



Onderscheidingstekenen van de Koninklijke Landmacht




Onderscheidingsteken.




Onderscheidingsteken voor grote eenheden




Uitzendemblemen




Borstsemblemen

Worden ook wel 5x5 genoemd.

Gedragen op het Gevechtstenue M93, boven de linker borstzak.