page contents
Wapenonderscheidingstekenen Landmacht

Dutchhelmets

De Nederlandse stalen helm 1916-1992


Wapenonderscheidingstekenen van de Nederlandse Landmacht


Nagenoeg alle hieronder getoonde emblemen zijn absoluut origineel. Van enkele emblemen heb ik mijn twijfels en heb ik dit als onderschrift bij de betreffende emblemen toegevoegd. Alle informatie om te kunnen vaststellen of deze origineel zijn of niet wordt erg gewardeerd.

Mocht u twijfels hebben bij andere emblemen, dan vermeen ik dit graag met de reden waarom.


Emblemen van het Korps Commandotroepen en alle voorgangers kunt u vinden op de sub-pagina KCT in het Special Operations Forces omgeving.


Emblemen waarvan ik zeker weet dat deze commercieel aanmaak of reproductie zijn, worden geplaatst op de pagina Commerciële aanmaak/Reproductie.



Wapenonderscheidingstekenen ingevoerd vanaf 1947

Ook wel Wapenembleem of Korpsembleem genoemd.


Bij Ministeriële Beschikking (MB) van 9 Nov. 1946 Nr. 920 werden verschillende onderscheidingstekenen voor de Koninklijke Landmacht vastgelegd, met uitzondering van de Luchtstrijdkrachten en het Vrouwenhulpcorps.


De kleuren werden vastgelegd als z.g. standaardkleuren en waar mogelijk werd de keuze gebaseerd op gegevens der traditie. In enkele gevallen werd de keuze bepaald op aesthetische gronden of om redenen door welke de betekenis van het wapen of dienstvak beter tot uitdrukking werd gebracht.


De bij de Koninklijke Landmacht ingevoerde onderscheidingstekenen werden in 4 groepen verdeeld, nl.:

- Rangonderscheidingstekenen,

- Korpsonderscheidingstekenen,

- Wapenonderscheidingstekenen en

- Bijzondere onderscheidingstekenen.


Wapenonderscheidingstekenen worden gedragen op de schouderbedekkingen van de veldblouse, de jas dagelijkse tenue en op het baret.



Baretemblemen

Ook wel baretgesp genoemd.


De verschillende bevestigingen


Door de jaren heen zijn verschillende bevestigingen gebruikt om de baretembleem aan het baret te bevsetigen.


De eerste geproduceerde emblemen waren die van de Indisch Instructie Bataljon. Deze werden in eerste insantie met buiglippen geleverd die horizontaal werden afgebogen. Dit werd snel veranderd naar buiglippen die verticaal werd afgebogen.

Baretemblemen met buiglippen zijn geproduceerd tussen 1947 en 1949/1950.


Doordat de buiglippen erg kwetsbaar waren, werd rond 1949/1950 besloten om deze te vervangen voor oogjes. Baretemblemen die in 1949/1950 werden geleverd, hadden oogjes die direct werden geslodeerd op het embleem. Ook dit bleek erg kwetsbaar te zijn waardoor werd besloten om de oogjes van voetjes te voorzien*. Dit gebeurde rond 1950/1951 en werd toegepast tot 1985, toen een nieuw bevestigingsysteem werd ingevoerd die NATO sluiting wordt genoemd.


Doordat verschillende fabrikanten baretemblemen hebben geproduceerd, zijn er onderlinge verschillen te herkennen aan de bevestigingen. Zo zijn er oogjes met smalle of breede voetjes te herkennen. Ook hebben de baretemblemen geproduceerd door de Hoornse Metaalwaren fabriek eigen, zeer herkenbare oogjes met platgeknepen voetjes. Deze emblemen worden onder verzamelaars ook wel 'Hoornse slag' genoemd.


Vanaf de invoering van baretemblemen met oogjes, werden de baretemblemen tot 1972 doormiddel van een messing splitpen aan de baret bevestigd.Vanaf 1972 tot 1985 werd een verende sluitring gebruikt. In 1985 werd de zogenaamde NATO bevestiging ingevoerd waarbij de baretembleem doormiddel van een wit plastic bevestigingsbeugel werd bevestigd.


* Er zijn ook baretemblemen geproduceerd in de jaren '60-'70 met oogjes direct.



Regiment Infanterie (RI)

Vanaf de jaren '50 Infanterie Algemeen genoemd


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is ponceaurood.


Een Romaans schild rustend op een banderol met erachter een neerwaarts gericht zwaard. De zwaard staat voor aanval en de schild voor verdediging. Op de banderol de spreuk Nulli Cedo wat staat voor: Ik wijk voor niets.


Tot 1951 gedragen door alle genummerde infanterie regimenten, mitrailleurbataljons en mortierbataljons. Na 1951 werd het embleem alleen nog gedragen door militairen niet ingedeeld bij een van de infanterie regimenten, dienstplichtige militairen tijdens de opleiding, leerlingen van de School Reserve Officieren en Kader Infanterie (SROKI) en Depot Technische Specialisten. De Nationale Reserve heeft dit embleem gedragen tot 25 augustus 1982, wanneer een eigen embleem werd ingevoerd.

Bij de oprichting van de School Bataljons in 1994, werd dit embleem ook gedragen tot 2002, wanneer een eigen embleem werd ingevoerd.


Er bestaan verschillende modellen van dit embleem en sommige modellen hebben meerdere varianten:


1e model, 1e variant is geproduceerd door Koninklijk Begeer en is voornamelijk te herkennen aan de buiglippen, kleine klinknagels op het schild en het knop van de handvat is binnen het embleem.

1e model, 2e variant is geproduceerd door Koninklijk Begeer en is voornamelijk te herkennen aan oogjes direct geplaatst, kleine klinknagels op het schild en het knop van de handvat is binnen het embleem.

1e model, 3e variant is te herkennen aan oogjes met voetjes met erop een naad, kleine klinknagels op het schild en het knop van de handvat is binnen het embleem.


2e model is geproduceerd door de Hoornse Metaalwaren fabriek. Deze is te herkennen aan de brede schild en de typische 'Hoornse' oogjes.


3e model, 1e variant is geproduceerd door verschillende fabrikanten. Deze is te herkennen aan de grote klinknagels op het schild en het knop van de handvat is buiten het embleem. Verschillende modellen oogjes komen voor.

3e model, 2e variant is zoals het 5e variant, echter met een zogenaamde NATO bevestiging.



Regiment Limburgse Jagers (RLJ)


Ingesteld bij Legerorder No. 35 van 30 januari 1951 en voor het eerst uitgereikt op 8 oktober 1951. De achtergrond is bronsgroen met een karmozijnrode bies.


De vastgelegde traditionele betekenis van het regimentsembleem is veelzijdig:

- De Hoorn, een traditioneel instrument voor een jager, komt voor in het wapen van de Graven van Hoorn (Horn) wat een historisch graafschap is in de provincie Limburg. De Graven van Hoorn waren de erfelijke opper jagermeesters van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. Hiermee is een binding gegeven met de oudere vaderlandse geschiedenis. Philips van Montmorency, Graaf van Hoorn, was met Willem

van Oranje een der belangrijke leiders in verzet en opstand voor vrijheid tegen Spanje en werd daarom op 5 Juni 1568 onthoofd. Hiermee was hij de tweede Nederlander en de eerste Limburger die terechtgesteld werd in de strijd voor de vrijheid van het gemene vaderland. Zijn wapenhoorn

siert het embleem en is deze hoorn ook opgenomen in het wapen der provincie

Limburg.

- Eikenloof. Het Limburgse Volkslied bevat de strofe: „Waar in het bronsgroen

eikenhout het nachtegaaltje zingt.... daar is mijn vaderland, Limburg dierbaar oord".

In de geschiedenis van Rome maar ook heden in heraldiek en symboliek, betekent de eik kracht en overwinning.

- Zwaard. De (Nassause) leeuw uit het Nederlandse wapen houdt in de rechter klauw een opgeheven Romeins zwaard, waarmee hij de strijd voor de Koninkrijk symboliseert.


Voor zover ik weet werden de eerste emblemen geproduceerd door de Hoornse Metaalwaren fabriek. Parree heeft als tweede fabrikant RLJ baretemblemen geproduceerd.


De Hoornse slag is aan de voorzijde te herkennen aan de grote ronde openingen aan beide zijden van de hoorn. Ook is de zwaard zogenaamd 'hol'. De RLJ baretemblemen van Paree hebben oogjes aan de achterzijde waarbij op de voetjes een naad zichtbaar is.


Baretemblemen van de Hoornse Metaalwaren fabriek en van Paree hebben 11 ponsgaten en een spitse gesp. De latere varianten hebben 8 ponsgaten en een ronde gesp.


regiment limburgse jagers muziekkorps fanfare orkest reunie


Muziekkorps Regiment Limburgse Jagers.



Regiment Stoottroepen Prins Bernhard (RSPB)


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is ponceaurood.


Een hertengewei met een opwaarts gericht stootdolk. De hertengewei staat voor de verdediging en de stootdolk voor de aanval. In het midden een banderol met opschrift: 'Stoottroepen'. De stootdolk stelt de vooroorlogse Nederlandse stootdolk voor.


De Stoottroepen werden in 1944 gevormd uit verschillende verzetsgroepen die in het bevrijde zuiden van Nederland actief waren. In 1946 werd het Regiment Stoottroepen opgericht.



Garderegiment Jagers


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is groen met een gele bies.



Garderegiment Grenadiers


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is ponceaurood met een nassaublauwe bies.



Regiment van Heutsz


Ingesteld bij Legerorder No. 35, in 1951. De achtergrond is zwart met een oranje bies.



Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI)


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is oranje met een nassaublauwe bies.



Regiment Infanterie Johan Willem Friso


Ingesteld bij Legerorder No. 337, in 1953. De achtergrond is ponceaurood.



Regiment Infanterie Oranje Gelderland


Ingesteld bij Legerorder No. 337, in 1953. De achtergrond is ponceaurood.



Regiment Infanterie Chasse


Ingesteld bij Legerorder No. 337, in 1953. De achtergrond is ponceaurood.



Regiment Infanterie Menno van Coehoorn


Ingesteld bij Legerorder No. 337, in 1953. De achtergrond is ponceaurood.



Bewakingskorps Koninklijke Landmacht (BKL)


Ingesteld bij Legerorder No. 5, in 1952. De achtergrond is zwart.



Regiment Huzaren

Later Wapen der Cavalarie genoemd.


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is nassaublauw met een gekleurde bies, afhankelijk van het regiment.


Regiment Huzaren van Boreel heeft een donkerblauwe bies, Regiment Huzaren van Prins Alexander heeft een ponceaurode bies, Regiment Huzaren van Sytzama heeft een wit bies en het Regiment Huzaren Prins van Oranje heeft een oranje bies.



Nato sluiting.

Goud geverfd. Vermoedelijk is de drager ingedeeld geweest bij een infanterie Bataljon.



Genie


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is bruin, wat aarde moet voorstellen.



Genie Pioniers


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is bruin, wat aarde moet voorstellen.


Vervallen per MB in de jaren '60 en heringevoerd in de jaren '90.



Genie Pontonniers


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is bruin, wat aarde moet voorstellen.


Vervallen per MB in de jaren '60 en heringevoerd in de jaren '90.



Verbindingstroepen


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is nassaublauw met witte bies.



Veldartillerie


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is zwart met rode bies.



Luchtdoelartillerie


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is zwart met rode bies.



Regiment Aan en Afvoertroepen


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is nassaublauw.



Intendance Staf


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. Vervallen op 10 september 1973. De achtergrond is karmozijnrood.



Verplegingstroepen


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. Vervallen bij Legerorder No. 35 op 30 januari 1951. De achtergrond is karmozijnrood.



Intendance


Ingesteld bij Legerorder No. 35, in 1951. De achtergrond is karmozijnrood.



Technische Dienst


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is zwart.



Militair Geneeskundige Dienst


Ingesteld bij Legerorder No. 35, in 1951. De achtergrond is groen.



Militaire administratie


Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is roserood.



Militair Juridische Dienst

Ingesteld bij Legerorder No. 303, in 1950. De achtergrond is zwart met witte bies.



Militaire Vrouwen Afdeling (MILVA)


Ingesteld bij Legerorder No. 152, in 1948 voor het toenmalige Vrouwen Hulpkorps (VHK).


Het VHK werd opgericht in 1944 en op 30 oktober 1952 opgeheven en op 1 november 1952 opgevolgd door de MILVA.



Koninklijke Militaire Academie


Ingesteld bij Legerorder No. 229, in 1948. De achtergrond is ponceaurood met gele bies.



Koninklijke Militaire School


Ingesteld bij Landmachtorder No. 62033 van 1962. De achtergrond is Ponceaurood.



Opleidingscentrum Initiële Opleidingen (OCIO)


Het embleem van het OCIO bestaat uit 2 gekruiste sokkelbajonetten met daarover heen geplaatst een banderol met de letters OCIO. De bajonetten zijn van het type dat in 1814 werd gebruikt toen de huidige landmacht officieel werd opgericht. De ponceaurode ondergrond verwijst naar de infanterie, waarvan de basisvaardigheden de grondslag voor de militaire opleiding vormen.



Korps Mobiele Colonnes


Het eerste model werd vastgesteld bij MB van 26 november 1955 ingesteld bij Legerorder No. 55298, in 1955. Vervallen bij Landmachtorder No. 67007 op 3 februari 1967. De achtergrond is zwart met nassaublauwe bies.


Het tweede model werd ingesteld bij Landmachtorder No. 67007 op 3 februari 1967. De achtergrond is zwart met nassaublauwe bies.



Legerpredikant


Ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. Het embleem is van goudkleurig metaal en de achtergrond is zwart, van fluweel.



Schouderbedekkingen

Word ook schouderembleem genoemd.


Al in 1941 (MB 22 december 1941) werd in Engeland een metalen schouderbedekking aangemaakt voor de Prinses Irene Brigade, die op de epaulet van de Service Dress werd gedragen door Officieren en Adjudanten. Deze hadden een open kroon en waren massief (gegoten). Kenmerkend is dan ook de achterzijde, die plat is zonder reliëf. Aan de achterzijde waren 2 oogjes aangebracht.


Vanaf 1947 worden in Nederland door Koninklijke Begeer ook schouderbedekkingen geproduceerd, waaronder ook voor de Garde Prinses Irene, en worden tegelijk met de baretembleem ingevoerd. Kenmerkend aan de Nederlandse geproduceerde schouderbedekkingen, is dat deze uit een plaat zijn geslagen. De achterzijde heeft dan ook een reliëf.

Er zijn vele onderlinge varianten, o.a. vanwege de verschillende fabrikanten. Ook zijn er verschillende bevestigings mogelijkheden zoals oogjes en strips. Hieronder ziet u een greep uit de collectie. De verzameling is bij lange na niet compleet. Mocht u aanvullende emblemen in de aanbieding hebben, neem gerust contact op. Aanvullende informatie is ook welkom.