Wapenonderscheidingstekenen Landmacht

Dutchhelmets.nl is lid en houder van het Keurmerk Online-Musea.nl.

 

Dutchhelmets.nl is member of and has the Online-Musea.nl certificate.

 

Wapenonderscheidingstekenen van de Nederlandse Landmacht

 

 

Baretemblemen, veldmutsemblemen en petemblemen uit de periode 1940-1960

Ook wel baretleeuw genoemd.

 

 

Petembleem eerst vastgesteld bij Ministeriële Beschikking (MB) van 19 juni 1940. De eerste modellen werden in het Verenigd Koninkrijk en in Australie geproduceerd en na de bevrijding van Nederland, werden de emblemen in Nederland geproduceerd.

 

Door opperofficieren werd een matgouden leeuw gedragen op een rode band. Vanaf 25 april 1941 werd de matgouden leeuw op rode band ook door kolonels gedragen. Vanaf 9 juni 1944 werd door opperofficieren en kolonels een in gouddraad geborduurd leeuw op een rode band gedragen.

Door hoofdofficieren (vanaf 25 april 1941 beneden de rang van kolonel) werd een matgouden leeuw gedragen. Deze verviel bij MB op 27 februari 1960.

Door subalterne officieren, adjudanten, vaandrigs en kornetten werd een bronzen leeuw gedragen. Deze verviel bij MB op 27 februari 1960.

Militairen beneden de rang van adjudant droegen een geel koper embleem. Deze verviel bij MB op 27 februari 1960.

 

De petembleem zoals hierboven beschreven werd al vanaf 1940 op de baretten en veldmutsen gedragen, echter werd pas bij MB van 9 juni 1944, nr.13 officieel als baretembleem (baretleeuw) vastgesteld. Bij MB van 9 november 1946, nr. 920 verviel de baretleeuw, toen de nieuwe onderscheidingstekenen werden ingevoerd. De baretleeuw werd op een oranje of zwart gekleurde ondergrond gedragen en mocht tot 30 januari 1951 worden afgedragen.

 

Veldmutsembleem vastgesteld bij (MB) van 9 juni 1944, nr.13 en vervallen bij MB van 9 augustus 1946.

 

 

Wapenonderscheidingstekenen ingevoerd vanaf 1947

Ook wel Wapenembleem of Korpsembleem genoemd.

 

Bij Ministeriële Beschikking (MB) van 9 Nov. 1946 Nr. 920 werden verschillende onderscheidingstekenen voor de Koninklijke Landmacht vastgelegd, met uitzondering van de Luchtstrijdkrachten en het Vrouwenhulpcorps.

 

De kleuren werden vastgelegd als z.g. standaardkleuren en waar mogelijk werd de keuze gebaseerd op gegevens der traditie. In enkele gevallen werd de keuze bepaald op aesthetische gronden of om redenen door welke de betekenis van het wapen of dienstvak beter tot uitdrukking werd gebracht.

 

De bij de Koninklijke Landmacht ingevoerde onderscheidingstekenen werden in 4 groepen verdeeld, nl.:

- Rangonderscheidingstekenen,

- Korpsonderscheidingstekenen,

- Wapenonderscheidingstekenen en

- Bijzondere onderscheidingstekenen.

 

Wapenonderscheidingstekenen worden gedragen op de schouderbedekkingen van de veldblouse, de jas dagelijkse tenue en op het baret.

 

 

Baretemblemen

Ook wel baretgesp genoemd.

 

De verschillende bevestigingen

 

Door de jaren heen zijn verschillende bevestigingen gebruikt om de baretembleem aan het baret te bevsetigen.

 

De eerste geproduceerde emblemen waren die van de Indisch Instructie Bataljon. Deze werden in eerste insantie met buiglippen geleverd die horizontaal werden afgebogen. Dit werd snel veranderd naar buiglippen die verticaal werd afgebogen.

Baretemblemen met buiglippen zijn geproduceerd tussen 1947 en 1949/1950.

 

Doordat de buiglippen erg kwetsbaar waren, werd rond 1949/1950 besloten om deze te vervangen voor oogjes. Baretemblemen die in 1949/1950 werden geleverd, hadden oogjes die direct werden geslodeerd op het embleem. Ook dit bleek erg kwetsbaar te zijn waardoor werd besloten om de oogjes van voetjes te voorzien*. Dit gebeurde rond 1950/1951 en werd toegepast tot 1985, toen een nieuw bevestigingsysteem werd ingevoerd die NATO sluiting wordt genoemd.

 

Doordat verschillende fabrikanten baretemblemen hebben geproduceerd, zijn er onderlinge verschillen te herkennen aan de bevestigingen. Zo zijn er oogjes met smalle of breede voetjes te herkennen. Ook hebben de baretemblemen geproduceerd door de Hoornse Metaalwaren fabriek eigen, zeer herkenbare oogjes met platgeknepen voetjes. Deze emblemen worden onder verzamelaars ook wel 'Hoornse slag' genoemd.

 

Vanaf de invoering van baretemblemen met oogjes, werden de baretemblemen tot 1972 doormiddel van een messing splitpen aan de baret bevestigd.Vanaf 1972 tot 1985 werd een verende sluitring gebruikt. In 1985 werd de zogenaamde NATO bevestiging ingevoerd waarbij de baretembleem doormiddel van een wit plastic bevestigingsbeugel werd bevestigd.

 

* Er zijn, in een kleine oplage, baretemblemen geproduceerd in de jaren '60-'70 met oogjes direct. Wat hier de reden van is, is mij onbekend.

 

 

Regiment Infanterie (RI)

Vanaf de jaren '50 Infanterie Algemeen genoemd

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is ponceaurood.

 

Een Romaans schild rustend op een banderol met erachter een neerwaarts gericht zwaard. De zwaard staat voor aanval en de schild voor verdediging. Op de banderol de spreuk Nulli Cedo wat staat voor: Ik wijk voor niets.

 

Tot 1951 gedragen door alle genummerde infanterie regimenten, mitrailleurbataljons en mortierbataljons. Na 1951 werd het embleem alleen nog gedragen door militairen niet ingedeeld bij een van de infanterie regimenten, dienstplichtige militairen tijdens de opleiding, leerlingen van de School Reserve Officieren en Kader Infanterie (SROKI) en Depot Technische Specialisten. De Nationale Reserve heeft dit embleem gedragen tot 25 augustus 1982, wanneer een eigen embleem werd ingevoerd.

Bij de oprichting van de School Bataljons in 1994, werd dit embleem ook gedragen tot 2002, wanneer een eigen embleem werd ingevoerd.

 

Er bestaan verschillende modellen van dit embleem en sommige modellen hebben meerdere varianten:

 

1e model, 1e variant is geproduceerd door Koninklijk Begeer en is voornamelijk te herkennen aan de buiglippen, kleine klinknagels op het schild en het knop van de handvat is binnen het embleem.

1e model, 2e variant is geproduceerd door Koninklijk Begeer en is voornamelijk te herkennen aan oogjes direct geplaatst, kleine klinknagels op het schild en het knop van de handvat is binnen het embleem.

1e model, 3e variant is te herkennen aan oogjes met voetjes met erop een naad, kleine klinknagels op het schild en het knop van de handvat is binnen het embleem.

 

2e model is geproduceerd door de Hoornse Metaalwaren fabriek. Deze is te herkennen aan de brede schild en de typische 'Hoornse' oogjes.

 

3e model, 1e variant is geproduceerd door verschillende fabrikanten. Deze is te herkennen aan de grote klinknagels op het schild en het knop van de handvat is buiten het embleem. Verschillende modellen oogjes komen voor.

3e model, 2e variant is zoals het 5e variant, echter met een zogenaamde NATO bevestiging.

 

 

Korps Commando Troepen (KCT)

 

Ingesteld bij Legerorder No. 240, op 12 september 1950. De achtergrond is zwart met een groene bies.

 

Een vlammende handgranaat, eronder een naar rechtsboven gericht dolk met erachter een banderol met opschrift 'NUNC AUT NUNQUAM' (nu of nooit).

 

De dolk stelt een Fairbairn and Sykes dolk voor (ook wel commandodolk genoemd) en verwijst naar de dolken die aan de commandos werden uitgereikt die vanaf 1942 de commando opleiding in het Schotse Achnacarry hebben afgerond.

 

De vroege varianten zijn te herkennen aan de dolkknop onder het handvat. Vanaf eind jaren '50/begin jaren '60 werden de emblemen zonder de dolkknop geproduceerd. Er is ook een Hoornse variant van de KCT embleem. Deze is naast de typische Hoornse oogjes ook te herkennen aan de dikte van het embleem. De Hoornse variant is namelijk erg dik.

 

 

Regiment Limburgse Jagers (RLJ)

 

Ingesteld bij Legerorder No. 35 van 30 januari 1951 en voor het eerst uitgereikt op 8 oktober 1951. De achtergrond is bronsgroen met een karmozijnrode bies.

 

De vastgelegde traditionele betekenis van het regimentsembleem is veelzijdig:

- De Hoorn, een traditioneel instrument voor een jager, komt voor in het wapen van de Graven van Hoorn (Horn) wat een historisch graafschap is in de provincie Limburg. De Graven van Hoorn waren de erfelijke opper jagermeesters van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. Hiermee is een binding gegeven met de oudere vaderlandse geschiedenis. Philips van Montmorency, Graaf van Hoorn, was met Willem

van Oranje een der belangrijke leiders in verzet en opstand voor vrijheid tegen Spanje en werd daarom op 5 Juni 1568 onthoofd. Hiermee was hij de tweede Nederlander en de eerste Limburger die terechtgesteld werd in de strijd voor de vrijheid van het gemene vaderland. Zijn wapenhoorn

siert het embleem en is deze hoorn ook opgenomen in het wapen der provincie

Limburg.

- Eikenloof. Het Limburgse Volkslied bevat de strofe: „Waar in het bronsgroen

eikenhout het nachtegaaltje zingt.... daar is mijn vaderland, Limburg dierbaar oord".

In de geschiedenis van Rome maar ook heden in heraldiek en symboliek, betekent de eik kracht en overwinning.

- Zwaard. De (Nassause) leeuw uit het Nederlandse wapen houdt in de rechter klauw een opgeheven Romeins zwaard, waarmee hij de strijd voor de Koninkrijk symboliseert.

 

Voor zover ik weet werden de eerste emblemen geproduceerd door de Hoornse Metaalwaren fabriek. Parree heeft als tweede fabrikant RLJ baretemblemen geproduceerd.

 

De Hoornse slag is aan de voorzijde te herkennen aan de grote ronde openingen aan beide zijden van de hoorn. Ook is de zwaard zogenaamd 'hol'. De RLJ baretemblemen van Paree hebben oogjes aan de achterzijde waarbij op de voetjes een naad zichtbaar is.

 

Baretemblemen van de Hoornse Metaalwaren fabriek en van Paree hebben 11 ponsgaten en een spitse gesp. De latere varianten hebben 8 ponsgaten en een ronde gesp.

 

 

Regiment Stoottroepen Prins Bernhard (RSPB)

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is ponceaurood.

 

Een hertengewei met een opwaarts gericht stootdolk. De hertengewei staat voor de verdediging en de stootdolk voor de aanval. In het midden een banderol met opschrift: 'Stoottroepen'. De stootdolk steld de vooroorlogse Nederlandse stootdolk voor.

 

De Stoottroepen werden in 1944 gevormd uit verschillende verzetsgroepen die in het bevrijde zuiden van Nederland actief waren. In 1946 werd het Regiment Stoottroepen opgericht.

 

 

Garderegiment Jagers

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is groen met een gele bies.

 

 

Garderegiment Grenadiers

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is ponceaurood met een nassaublauwe bies.

 

 

Regiment van Heutsz

 

Ingesteld bij Legerorder No. 35, in 1951. De achtergrond is zwart met een oranje bies.

 

 

Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI)

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is oranje met een nassaublauwe bies

 

Regiment Infanterie Johan Willem Friso

 

Ingesteld bij Legerorder No. 337, in 1953. De achtergrond is ponceaurood.

 

 

Regiment Infanterie Oranje Gelderland

 

Ingesteld bij Legerorder No. 337, in 1953. De achtergrond is ponceaurood.

 

 

Regiment Infanterie Chasse

 

Ingesteld bij Legerorder No. 337, in 1953. De achtergrond is ponceaurood.

 

 

Regiment Infanterie Menno van Coehoorn

 

Ingesteld bij Legerorder No. 337, in 1953. De achtergrond is ponceaurood.

 

 

Bewakingskorps Koninklijke Landmacht (BKL)

 

Ingesteld bij Legerorder No. 5, in 1952. De achtergrond is zwart.

 

 

Regiment Huzaren

Later Wapen der Cavalarie genoemd.

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is nassaublauw met een gekleurde bies, afhankelijk van het regiment.

 

Regiment Huzaren van Boreel heeft een donkerblauwe bies, Regiment Huzaren van Prins Alexander heeft een ponceaurode bies, Regiment Huzaren van Sytzama heeft een wit bies en het Regiment Huzaren Prins van Oranje heeft een oranje bies.

 

 

Genie

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is bruin, wat aarde moet voorstellen.

 

 

Genie Pioniers

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is bruin, wat aarde moet voorstellen.

 

 

Verbindingstroepen

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is nassaublauw met witte bies.

 

 

Veldartillerie

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is zwart met rode bies.

 

 

Luchtdoelartillerie

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is zwart met rode bies.

 

 

Regiment Aan en Afvoertroepen

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is nassaublauw.

 

 

Intendance Staf

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. Vervallen op 10 september 1973. De achtergrond is karmozijnrood.

 

 

Verplegingstroepen

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. Vervallen bij Legerorder No. 35 op 30 januari 1951. De achtergrond is karmozijnrood.

 

 

Intendance

 

Ingesteld bij Legerorder No. 35, in 1951. De achtergrond is karmozijnrood.

 

 

Technische Dienst

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is zwart.

 

 

Militair Geneeskundige Dienst

 

Ingesteld bij Legerorder No. 35, in 1951. De achtergrond is groen.

 

 

Militaire administratie

 

Vastgesteldbij MB van 9 november 1946 en ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is roserood.

 

 

Militair Juridische Dienst

Ingesteld bij Legerorder No. 303, in 1950. De achtergrond is zwart met witte bies.

 

 

Militaire Vrouwen Afdeling (MILVA)

 

Ingesteld bij Legerorder No. 152, in 1948 voor het toenmalige Vrouwen Hulpkorps (VHK).

 

Het VHK werd opgericht in 1944 en op 30 oktober 1952 opgeheven en op 1 november 1952 opgevolgd door de MILVA.

 

 

Koninklijke Militaire Academie

 

Ingesteld bij Legerorder No. 229, in 1948. De achtergrond is ponceaurood met gele bies.

 

 

Koninklijke Militaire School

 

Ingesteld bij Landmachtorder No. 62033 van 1962. De achtergrond is Ponceaurood.

 

 

Korps Mobiele Colonnes

 

Het eerste model werd vastgesteld bij MB van 26 november 1955 ingesteld bij Legerorder No. 55298, in 1955. Vervallen bij Landmachtorder No. 67007 op 3 februari 1967. De achtergrond is zwart met nassaublauwe bies.

 

Het tweede model werd ingesteld bij Landmachtorder No. 67007 op 3 februari 1967. De achtergrond is zwart met nassaublauwe bies.

 

 

Koninklijke Marechaussee

 

Ingesteld bij Legerorder No. 57, in 1947. De achtergrond is nassaublauw.

 

 

Schouderbedekkingen

Word ook schouderembleem genoemd.