page contents
Grensveiligheidsdienst en Bijzondere Dienst

Alle informatie m.b.t. Nederlandse Militaire Inlichtingen organisaties en eenheden zijn afkomstig van openbare bronnen.


Om de collectie Inlichtingen aan te vullen, is Dutchhelmets.nl op zoek naar aanvullend materiaal zoals emblemen, borstzakhangers, coins, uitrusting, kleding (gevechts- en Dagelijks Tenue), foto's, documentatie, tijdschriften, boekwerken, voorschriften, stikkers, materieel en overige memorabilia. Kortom, alles wat met Inlichtingen te maken heeft.

Gezien de gevoeligheid, wordt hier voorzichtig mee omgegaan, zoals wet en regelgeving voorschrijft.


Grensveiligheidsdienst (1946-1987)

 

Na de Tweede Wereldoorlog hernam de Koninklijke Marechaussee (KMar) de controle op het grensverkeer van personen. Zij controleerde paspoorten en visa aan de landsgrenzen, in havens en op vliegvelden. Naast deze grensbewaking werd door de KMar ook een inlichtingen dienst opgezet om gegevens afkomstig van de grensbewaking te verzamelen. Op de staf van de KMar werden deze activiteiten geleid door een bureau voor de grensbewaking en een bureau voor grensinlichtingen. De laatste werd Bureau 2-2 of de Grensveiligheidsdienst (GVD) genoemd. De GVD zorgde voor het werven en sturen van agenten in het buitenland en werkte o.a. hecht samen met de Amsterdamse Politie Inlichtingendienst (PID).

 

In 1946 nam de GVD de Havenveiligheidsdienst over van het Bureau Nationale Veiligheid (BNV, voorloper van de BVD). De Havenveiligheidsdienst onderzocht de politieke achtergrond van zeelieden die, na de Tweede Wereldoorlog, opnieuw een monsterboekje wilden. Ook werden politieke, economische en criminele inlichtingen in de havens verzameld. De toegang die de KMar hiermee kreeg tot de zeehavens van Rotterdam en Amsterdam zou een belangrijke rol spelen in de werving en sturing van Nederlandse zeelieden als agenten in het buitenland.

 

Intern was de GVD in twee delen opgesplitst, het Z-apparaat en de Bijzondere Dienst. Het Z-apparaat was het netwerk van onderofficieren aan de grensposten. De Bijzondere Dienst werkte voornamelijk voor de Buitenlandse Inlichtingendienst (BID) en hield zich bezig meer bezig met op veiligheid gerichte taken.

 

Belangrijkste taak van de GVD was het registreren van het personenverkeer over de landsgrenzen, wat gedaan werd door het Z-apparaat. Deze informatie werd doorgegeven aan de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de verschillende militaire inlichtingendiensten en de BID. Hiervoor had de GVD een netwerk van onderofficieren op de brigades van de KMar aan de Belgische en Duitse grens, in de havens en op vliegvelden. Deze onderofficieren verzamelden informatie en maakten rapporten op basis van meldingen van de gewone Marechaussees aan de grens.

 

De Bijzondere Dienst van de GVD beschikte over een aantal onderofficieren die als case-officer (CO) voor de BID werkten. De CO’s werden ingeschakeld om agenten te rekruteren en contact te onderhouden, het zogenaamd runnen. Door de jaren heen bestond dit netwerk uit ongeveer zeventig CO’s die daarvoor een speciale opleiding kregen.

In 1970 had de GVD dertien case-officers die betaald werden uit het budget van de BID. De CO’s kregen speciale voorzieningen zoals geheime telefoons en kentekens die niet op naam van de dienst stonden.

Voor de BID had deze constructie als voordeel dat zij zelf buiten schot bleef. Het contact met agenten was niet zonder risico. Een CO kon ‘aanbranden’ vanwege contra-observatie van buitenlandse inlichtingendiensten, door ruzie met een agent of bij het mislukken van een operatie.

Naast het runnen van agenten, onderhield de GVD contact met zogenaamde ‘support figuren’. Dit waren beheerders van contact-, post- en telefoonadressen en contacten zoals medewerkers van de Bond van Koopvaardijpersoneel.

 

Voorafgaand aan een operatie, kregen agenten lessen, instructies en werden oefeningen gehouden. Dat laatste hield in dat de agenten in Nederland rondreden, vliegbases fotografeerden en aantekeningen maakten.

 

In 1975 werd de GVD ondergebracht bij de Centrale Recherche van de KMar en ging het verzamelen van inlichtingen over personenverkeer gewoon door. Het is niet bekend of de GVD op dat moment voor de Inlichtingendienst Buitenland (IDB, opvolger van de BID) werkte.

 

Een heel andere kwestie is de mogelijke betrokkenheid van de GVD bij Inlichtingen en Operatiën (I&O). I&O was een stay-behind organisatie die bij een Russische bezetting van Nederland, inlichtingen moest verzamelen en sabotageacties moest uitvoeren. I&O is beter bekend onder de naam Gladio en werd in 1992 opgeheven.

Omdat de leden van I&O in volstrekte anonimiteit werkten en er dus ook geen lijst met leden voorhanden was, werd een voorziening getroffen om in noodsituatie het lidmaatschap te kunnen verifiëren. Wanneer een oefening van I&O door toedoen van de politie dreigde te mislukken, kon de politie een telefoonnummer van de Kmar bellen dat werd doorgegeven door het I&O lid, die vervolgens een wachtwoord moest opgeven dat gecontroleerd kon worden.


Bijzondere Dienst (1987-heden)


In 1987 vond een reorganisatie plaats en werd de GVD hernoemd tot Bijzondere Dienst (BD). Door het Schengenakkoord en de openstelling van de grenzen met België en Duitsland werd het netwerk van onderofficieren aan grensposten grotendeels overbodig.

De BD kreeg ook taken op het gebied van de openbare orde en veiligheid en werkte op een manier die die veel leek op de Regionale Inlichtingendiensten (RID) van de politie. Net als de RID’s, had de Bijzondere Dienst een sterke band met de BVD. Er was geen functionele binding met de Militaire Inlichtingendienst (MID) maar werd er wel informatie uitgewisseld. Het werk dat de CO’s deden voor de BID en later de IDB, verdween met de opheffing van de IDB in 1992.


Tot 1994 was de BD alleen aangewezen voor het verzamelen van inlichtingen over het grensverkeer. In datzelfde jaar werd het gehele personeel van deze dienst aangewezen voor “werkzaamheden ten behoeve van de BVD”. Dit was dezelfde formulering die ook voor de RID’s van de politie werd gebruikt. Feitelijk was dat een formalisering van een bestaande situatie omdat de BD zich al minstens sinds 1987 bezighield met openbare orde en veiligheid. In 1998 werd de marechaussee een zelfstandig krijgsmachtdeel.


Het Bureau Nationale Veiligheid (BNV) was een Nederlandse veiligheidsdienst die op 29 mei 1945 werd opgericht en op 31 december 1946 werd opgevolgd door de Centrale Veiligheidsdienst (CVD). In 1949 werd de CVD verder omgevormd tot de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD).


De IDB werd in 1946 opgericht als Buitenlandse Inlichtingendienst (BID), wat op 01 januari 1971 werd gewijzigd in Inlichtingendienst Buitenland (IDB). De IDB werd op 01 januari 1994 opgeheven, waarna de taken werden overgenomen door de BVD en de MID.