Gasmaskers

Waarschuwing!


Tot ruim na de Tweede Wereldoorlog werd in gasfilterbussen asbest gebruikt als filtermateriaal. Het was goedkoop, ruimschoots voorhanden, effectief en de gevolgen voor de gezondheid waren nog niet of niet volledig bekend. Tegenwoordig weten we beter en wordt geen gebruik meer gemaakt van gasfilterbussen met asbestfilters.


Gasmaskers en bijbehoordende gasfilterbussen die tijdens de twee Wereldoorlogen en vele andere gevechten gebruikt werden, worden nu veelal door liefhebbers verzameld. Echter, het bezitten van deze gasfilterbussen kunnen risico’s met zich meebrengen. Het opzetten van deze gasmaskers met geplaatste (asbest) gasfilterbussen kan zelfs levensgevaarlijk zijn. Laat daarom vooral kinderen niet met gasmaskers spelen, ook niet wanneer de gasfilterbussen zijn verwijderd.


De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft besloten om nadrukkelijk te waarschuwen deze asbestfilters niet te gebruiken. Deze filters zitten in de gasfilterbussen, die op het gasmasker wordt schroeft. Deze gasfilterbussen mogen onder geen beding opengemaakt of anderszins bewerkt worden.


Dutchhelmets adviseert verzamelaars daarom vooral voorzichtig om te gaan met deze oude gasmaskers en (asbest) gasfilterbussen. Mocht u van plan zijn om enkele oude gasmaskers (met filterbus) te verwerven voor uw verzameling, wees dan bewust van de risico’s en neem maatregelen om deze risico’s zo veel mogelijk te verkleinen. Een mogelijkheid is om de filterbussen te verwijderen en deze luchtdicht te verpakken in een plastiek doorzichtig tasje. Hierdoor kunt u deze nog steeds, los van de gasmasker, tentoonstellen. Maak de gasmasker schoon met een sopje en spoel deze vervolgens uit met lauw water.

Wat u NOOIT moet doen, is om de filterbus uit elkaar te halen. Het uit elkaar halen van oude (asbest) gasfilterbussen brengt zeer grote gezondheidsrisico’s met zich mee.


Voor een professioneel advies, neem contact op met de ILT of ander deskundig organisatie/bedrijf.



Gasmaskers gebruikt door de Krijgsmacht en Politie



Op 22 april 1915 werd de eerste gasaanval uitgevoerd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Deze gasaanval werd door de Duitse strijdkrachten uitgevoerd in de omgeveing van Ieper, België, en de gevolgen waren desastreus. Hierdoor gingen alle strijdende partijen chemische strijdmiddelen gebruiken tijdens krijgshandelingen en werden verschillende maatregelen genomen om het personeel te beschermen. Een van die maatregelen was de invoering van de gasmasker.


Ook Nederland nam maatregelen om het personeel te beschermen bij een eventuele gasaanval en in september 1915 werd de eerste model gasmasker, de gasmasker model A, ingevoerd bij de Landmacht.


Na de Duitse inval in Polen, 1939, werden door de Luchtbeschermingsdienst in Nederland maatregelen getroffen om adequaat te kunnen reageren bij eventuele calamiteiten. Een van de maatregelen was de invoering van gasmaskers. Met name vanaf 1939 werden vele type gasmaskers aangeboden, zowel gasmaskers van Nederlandse fabrikaat alsook aangekochte gasmaskers uit het buitenland. Na de Duitse bezetting van Nederland, werden buitgemaakte gasmaskers van de Nederlandse Krijgsmacht uitgereikt aan Luchtbeschermingsdiensten. Er zijn dan ook vele verschillende type gasmaskers te vinden die zowel vóór als tijdens de bezetting van Nederland werden gebruikt door Luchtbeschermingsdiensten, andere organisaties en bedrijven.


In de periode 1945-1952 werden geen gasmaskers uitgereikt aan Nederlandse militairen, omdat in die periode er geen noodzaak voor was. Gasmaskers gingen in opslag en pas in 1952, na de invoering van het model K, werden weer gasmaskers uitgereikt als standaard uitrustingstuk.


De volgende modellen werden achtereenvolgens ingevoerd:


  • Model A
  • Model B
  • Model C
  • Model D
  • Model E
  • Model F-26
  • Model F-28
  • Draeger-Tübben
  • Model Leder-B
  • Model G, Rijkskeurmerk nummer 001
  • Marinegasmasker, Rijkskeurmerk nummer 028
  • Model H, Rijkskeurmerk nummer 044
  • Algemeen Gebruik nr. 4
  • Algemeen Gebruik nr. 5
  • Lr
  • Model K
  • Model T
  • C3
  • FM 12
  • FM 53



Onderliggende informatie is tot stand gekomen door deels eigen (beeld)onderzoek en door hulp van o.a. Dhr. A. Bosman van Military Legacy en Dhr. Jos Breukers, conservator collectie Nationaal Veiligheidsinstituut.

Ook is een deel afkomstig van de prachtige websites Gasmaskers (civiele gasmaskers gebruikt in Nederland vanaf 1938 t/m 1945), Beneluxmasks (Nederlandse gasmaskers) en My Gasmask collection (gasmaskers wereldwijd).

Voor de liefhebber van gasmaskers is het meer dan de moeite waard om deze websites te bezoeken.



Gasmasker model A


Het gasmasker model A was een combinatie van een gasbril waaraan aan weerskanten een kompres d.m.v. 2 holnieten was bevestigd en werd in september 1915 ingevoerd.

 

Het kompres bedekte neus en mond en was gedrenkt in natriumhyposulfaat wat alleen bescherming bood tegen chloorgas.

 

Het gasbril was voorzien van een hoofdband die achter het hoofd werd geplaatst. Aan weerskanten van het kompres was vanaf de onderzijden een band geplaatst die verbonden was met het hoofdband van het gasbril. Deze band moest achter de oren geplaatst worden. Op het midden van het gasbril was ook een band aangebracht die over het hoofd werd geplaatst en achter het hoofd was verbonden aan het hoofdband.

 

Het gasmasker model A werd niet in een gasmaskerdraagtas of gasmaskerdraagbus opgeborgen.

 

Tijdens gebruik bleek dat het kompres ter hoogte van de neus niet goed afsloot waardoor gassen alsnog konden binnendringen. Ook kwam huidaandoeningen voor vanwege direct plaatsen van het met chemicaliën gedrenkte kompres tegen de huid.

In 1916 werd het gasmasker model A vervangen voor het gasmasker model B.



Gasmasker model B


Het gasmasker model B was een combinatie van een muilkorfgelaatstuk en een gasbril en werd begin 1916 ingevoerd als vervanger van de gasmasker model A.

 

Het muilkorfgelaatstuk omsloot alleen de mond en neus en was vervaardigd van hospitaallinnen of rubberdoek die gespannen werd over een geraamte van ijzerdraadgaas. Het muilkorfgelaatstuk had een buigzame rand waardoor het goed kon aansluiten op het gelaat.

Aan het uiteinde was een metalen gasfilterbus bevestigd waaraan enkele ringen was bevestigd t.b.v. het hoofdbandenstel. Het hoofdbanden stel bestond uit een achterhoofdband die vanaf de bovenzijde van het gasfilterbus achter het achterhoofd werd geplaatst. Op deze achterhoofdband was een bovenhoofdband bevestigd die over het hoofd werd geplaatst. Aan de onderzijde van het muilkorfgelaatstuk was een halsband aangebracht die achter de nek werd geplaatst.

 

Het gasfilterbus werd direct aan het uiteinde van het muilkorfgelaatstuk geplaatst. Nadeel was dat het gasmasker B niet van een uitademventiel was voorzien. Hierdoor moest het (vochtige) uitgeademde lucht via het gasfilterbus worden afgevoerd. De vulling bestond uit natronkalk.

 

Er werd een afzonderlijke donker bruin/zwart lederen gasbril meegeleverd. De gasbril was voorzien van een linnen hoofdband die op het juiste maat geknoopt diende te worden.  

 

Het gasmasker model B werd opgeborgen in een ovalen metalen gasmaskerdraagbus die taps toe afliep. De gasmaskerdraagbus was voorzien van 6 verstevigingsribbels aan de zijkant.

Boven aan beide lange zijden waren 2 metalen beugels geplaatst. De gasmaskerdraagbus werd afgesloten met een losse deksel die bovenop aan beide lange zijden ook was voorzien van 2 metalen beugels. Door de metalen beugels werd een linnen draagband gevoerd

 

Het gasmasker model B voldeed niet aan de eisen en werd vanaf 1917 vervangen door het gasmasker model C.



Gasmasker model C


Het gasmasker model C was een combinatie van een muilkorfgelaatstuk en een gasbril en werd in 1917 ingevoerd als vervanger van het gasmasker model B.

Het gasfilterbus was verwisselbaar waardoor het gasmasker model C het eerste Nederlandse gasmasker was dat werd voorzien van een verwisselbare gasfilterbus.

 

Het muilkorfgelaatstuk omsloot alleen de mond en neus, was van metaal gemaakt en voorzien van een rubberen rand zodat een betere afsluiting op het gelaat werd verkregen.

Aan beide zijden van het muilkorfgelaatstuk was een metalen ring bevestigd waaraan 2 linnen hoofdbanden was bevestigd. De linnen hoofdbanden dienden op het juiste maat geknoopt te worden.

 

Wanneer het gasmasker niet in gebruik was kon een metalen dop op het uiteinde geschroefd worden om het gasfilterbus af te sluiten. Nadeel was dat het gasmasker C niet van een uitademventiel was voorzien. Hierdoor moest het (vochtige) uitgeademde lucht via het gasfilterbus worden afgevoerd wat tot bederf van het vulling leidde.

De vulling bestond uit beenderkool en chemicaliën wat veel vocht vasthield. Dit i.c.m. het ontbreken van een uitademventiel zorgde ervoor dat het metaal van het gasfilterbus sterk aantastte. Om die reden werd overwogen de vulling te vervangen door geactiveerde kool wat uiteindelijk niet werd gerealiseerd.

 

De afzonderlijke meegeleverde donker bruin/zwart lederen gasbril was aan de binnenzijde, langs de randen, met vacht gevoerd. De gasbril was voorzien van een linnen hoofdband die op het juiste maat geknoopt diende te worden. Ik heb een exemplaar gezien die is voorzien van een gesp om af te stellen. Het is mij niet bekend of dit een modificatie betreft of een eigen aanpassing door de voormalige gebruiker.

 

Het gasmasker model C werd opgeborgen in een groen ovalen metalen gasmaskerdraagbus die taps toe afliep. De gasmaskerdraagbus was niet voorzien van verstevigingsribbels aan de zijkant.

Boven aan beide lange zijden waren 2 metalen beugels geplaatst. De gasmaskerdraagbus werd afgesloten met een losse deksel die bovenop aan beide lange zijden ook was voorzien van 2 metalen beugels. Door de metalen beugels werd een linnen draagband gevoerd.

 

Het gasmasker model C bleef in gebruik tot 1927.



Gasmasker model D


Het gasmasker model D was nog in ontwikkeling toen het gasmasker model E werd ingevoerd. Hierdoor kwam het gasmasker model D te vervallen voor het definitief was vastgesteld en werd nooit in productie genomen.



Gasmasker model E


Het gasmasker model E is van Britse fabricaat (small-box respirator) en is een combinatie van een volgelaatsmasker met een gasfilterbus die d.m.v. een slang werd bevestigd. Het gasmasker model E werd in Nederland in 1918 ingevoerd in 6 verschillende maten, 0 t/m 5.

 

Het gasmaskergelaatstuk was vervaardigd van bruin linnen, dat aan de binnenkant was voorzien van een laagje rubber. Ook was een mondstuk geplaatst waar de slang aan werd bevestigd.

Aan de binnenzijde van het gelaatstuk was een speen bevestigd die in de mond werd genomen en een neusklem die de neus dicht kneep. Het grote voordeel van speen en neusklem was dat bij beschadiging van het maskerdoek geen besmette lucht werd ingeademd. Het deed echter veel af aan het draagcomfort, in het bijzonder hadden de kaakspieren het hard te verduren.

Het hoofdbandenstel bestond uit drie hoofdbanden die aan het hoofdkap waren vastgenaaid. Het hoofdbandenstel was verder niet verstelbaar, waardoor veiligheidsspelden gebruikt moesten worden om deze af te stellen op het hoofd.

 

De oogglazen waren van celluloid en waren bevestigd met ronde metalen ringen. Aan weerszijden van de oogglazen was het gasmaskerdoek geplooid. Men kon in deze plooi een vinger steken om met behulp van het gasmaskerdoek de oogglazen aan de binnenzijde af te vegen als deze besloegen.

 

De slang was een 1-delig rubberen en geribbelde slang die 23cm lang was. De slang was aan de bovenzijde op het mondstuk geschoven en de onderzijde was op het gasfilterbus geschoven.

Nadat het gasmasker model F26 werd ingevoerd, werd de slang aangepast zodat het gasfilterbus model F op het gasmasker model E aangesloten kon worden. De oorspronkelijke slang bleef in gebruik, echter werd deze aan de onderzijde verlengd met een onderslang van Nederlandse fabricaat met aan het uiteinde een beugelkoppelstuk die aan het gasfilterbus model F bevestigd kon worden.

 

Het gasmaskerdraagtas was van Britse fabricaat en voorzien van Britse afnamestempels, fabrieksstempels, een Broad Arrow, de letter E en een maatstempel onder de klep van de gelaatsstuk.

Het gasmaskerdraagtas* was gemaakt van khakikleurige canvas en verdeeld in 2 vakken. In een vak was een spiraalvormige veer op de bodem vastgenaaid waardoor de gasfilterbus ingezet kon worden zonder dat de bodem van de tas de luchtinlaat zou dichten. In de andere vak werd het gasmaskergelaatstuk ingeschoven wanneer deze niet in gebruik was. Het geheel werd afgesloten met een klep. Het draagriem was voorzien van een schuifgesp met haak waar het gasmaskergelaatstuk aan gehangen kon worden.

 

Na invoering van het gasmasker model F26 in 1926, werd het gasmasker model E enkel nog als oefengasmasker gebruikt en werd het gasmasker model E tot 1938 opgeslagen in mobilisatiemagazijnen.

 

* Vóór 1940 werden de draagtassen ‘gasmaskerdraagtas’ of ‘draagtas, gasmasker’ genoemd. Bij de invoering van het gasmasker model K werden de bijbehorende draagtassen ‘gasmaskertas’, ‘draagzak’ of ‘tas, gasmasker’ genoemd.

Voor het overzicht benoem ik de draagtassen behorende bij de gasmaskers die tussen 1940 en 1952 werden gedragen, ook ‘gasmaskerdraagtas’ en de draagtassen die vanaf 1952 werd gebruikt benoem ik ‘gasmaskertas’.


Beeldmateriaal uit waarschijnlijk 1929 waarin het gasmasker E te zien is in gebruik tijdens oefening.



Beademingssysteem Draeger-Tübben


Het beademingssysteem Draeger-Tübben (Dräger-Tübben) is een combinatie van een mondstuk/volgelaatsmasker met een rebreather die d.m.v. een slang werd bevestigd. Technisch gezien is de Draeger-Tübben geen gasmasker, maar een zogenaamde rebreather. Een rebreather (her-inademen) is een apparaat dat wordt gebruikt om te kunnen ademen waarbij de uitgeademde lucht (deels) hergebruikt wordt.
Het beademingssysteem Draeger-Tübben werd waarschijnlijk eind jaren ‘20/begin jaren ‘30 ingevoerd bij de Koninklijke Marine en Korps Mariniers.


A.d.h.v. beeld onderzoek kom ik tot de aanname dat er waarschijnlijk minimaal 3 verschillende variaties van het beademingssysteem Draeger-Tübben in gebruik is geweest. Een variant met een mondstuk (bitje en neusklem) i.c.m. een gasbril, 1 variant met een volgelaatmasker met ovalen oogglazen en een variant met een volgelaatmasker met ronde oogglazen.


De slang was 1-delig en gemaakt van geribbeld rubber. De bovenzijde was bevestigd aan het mondstuk en de onderzijde aan een zogenaamde renegerende cartridge waarin de ademlucht bewerkt werd voor hergebruik. De renegerende cartridge was verbonden aan een zuurstoftank en op deze zelfde verbinding was een beademingstas bevestigd.

Het beademingssysteem Draeger-Tübben werd d.m.v. een lederen draagriem over de rechterschouder gehangen waardoor het beademingssysteem Draeger-Tübben ter hoogte van de linker heup ruste. Tevens was er een lederen heupriem om het gehaal vast aan de lichaam te binden.


Het beademingssysteem Draeger-Tübben woog 4,5kg en kon tot 45 minuten zuurstof leveren zonder fysieke inspanning. Bij een fysieke inspanning werd dit verminderd tot ongeveer 20 minuten.


Het is mij onbekend vanaf wanneer het beademingssysteem Draeger-Tübben in gebruik is genomen en waarom er waarschijnlijk verschillende variaties in gebruik zijn geweest. Alle aanvullende informatie is welkom



Gasmasker model F


Het gasmasker model F26 is een combinatie van een volgelaatsmasker met een gasfilterbus die d.m.v. een slang werd bevestigd. Het gasmaskergelaatstuk model F26 werd zowel door Hevea en door Vredestein geproduceerd. Het gasmasker model F26 werd in 1926 ingevoerd ter vervanging van het gasmasker model E en werd geleverd in de maten 2, 3 en 5.

 

Het gasmaskergelaatstuk was gemaakt van groen rubber waarin een textielweefsel was verwerkt.  Ook was een mondstuk geplaatst waar de slang aan werd bevestigd.

Bijzonder aan het gasmasker model F26 was het gespensamenstel. Het gespensamenstel was een rubberen ring om de mondstuk waar vijf gespen aan was bevestigd t.b.v. het hoofdbandensamenstel. Het hoofdbandenstel bestond uit vijf elastische hoofdbanden die aan het hoofdkap waren vastgenaaid en vijf gespen om het hoofdbandensamenstel af te stellen.

De oogglazen waren gemaakt van triplex zodat deze niet zouden scherven bij het breken waarbij de gasafdichting behouden zou blijven. De oogglazen werden bevestigd door het opschroeven van ronde rubberen oogringen waardoor de oogglazen verwisseld konden worden. Om het beslaan van de oogglazen tegen te gaan, konden helderzichtplaatjes worden aangebracht.

 

De slang was 2-delig en bestond uit een bovenslang en een onderslag. Beide delen waren gemaakt van groen rubber waarin een textielweefsel was verwerkt en de slangen waren geribbeld. Tussen de boven- en onderslang was een groen metalen uitlaatventiel geplaatst.

De bovenslang was bevestigd aan het mondstuk en de onderslang had aan het uiteinde een beugelkoppelstuk die aan het gasfilterbus bevestigd kon worden.

 

Het gasfilterbus model F was gemaakt van groen metaal, had 5 horizontale smalle verstevigingribbels aan de buitenzijde en was ovaal van vorm. Aan de buitenzijde werd met wit verf de maand en jaar van productie aangegeven.

Aan de bovenzijde was een koppelstuk aangebracht die aan het beugelkoppelstuk van de onderslang werd bevestigd. Wanneer de dop van de koppelstuk was verwijderd, moest deze d.m.v. een kurk weer worden afgesloten.

Aan de onderzijde was de luchtinlaat bevestigd die d.m.v. een schroefdop weer afgesloten kon worden.

 

In 1928 werden enkele aanpassingen aangebracht aan het gasmaskergelaatstuk model F26. Deze aangepaste gasmaskergelaatstuk wordt aangeduid als het model F28.

De aanpassingen betrof het vervangen van de ronde rubberen oogringen voor een rond-gekarteld model van groen metaal en een verbeterde aansluiting van de bovenslang aan het mondstuk.

Het gasmasker F28 werd geleverd in de maten 3, 5 en 7.

 

Er waren twee uitvoeringen van het gasmasker model F26 en F28, namelijk een voor beredenen en een voor onberedenen. Het verschil bestond slechts uit de lengte van de onderslag. Beredenen hadden de onderslang van 50cm lang en onberedenen hadden een onderslag van 20cm lang.

 

Het gasmasker model F26 en F28 werd opgeborgen in een stoffen gasmaskerdraagtas*. Aan het gasmaskerdraagtas was een stoffen draagband bevestigd met aan de rechterzijde een metalen haak waar het gasmaskergelaatstuk aan opgehangen kon worden. Verder waren enkele reserve onderdelen in de draagtas opgeborgen.

Onberedenen droegen het gasmasker in het gasmaskerdraagtas ter hoogte van de linker heup en beredenen droegen het gasmasker in het gasmaskerdraagtas voor de borst.

 

Het gasmasker model F bleef in gebruik bij de Landmacht tot in de meidagen van 1940. Na de capitulatie werden de gasmaskers model F niet opgenomen in de Duitse Krijgsmacht als oorlogsbuit, maar verstrekt aan verschillende civiele beschermingsdiensten.

 

* Vóór 1940 werden de draagtassen ‘gasmaskerdraagtas’ of ‘draagtas, gasmasker’ genoemd. Bij de invoering van het gasmasker model K werden de bijbehorende draagtassen ‘gasmaskertas’, ‘draagzak’ of ‘tas, gasmasker’ genoemd.

Voor het overzicht benoem ik de draagtassen behorende bij de gasmaskers die tussen 1940 en 1952 werden gedragen, ook ‘gasmaskerdraagtas’ en de draagtassen die vanaf 1952 werd gebruikt benoem ik ‘gasmaskertas’.


Beeldmateriaal uit 1937 waarin voornamelijk het gasmasker F26 te zien is in gebruik door de Luchtbescherming.



Gasmasker Leder B


Het gasmasker Leder B is een combinatie van een volgelaatsmasker met een gasfilterbus die d.m.v. een slang werd bevestigd. Het gasmasker Leder B werd waarschijnlijk eind jaren ‘20/begin jaren ‘30 ingevoerd bij de Koninklijke Marine en Korps Mariniers.

 

Het gasmaskergelaatstuk was gemaakt van rubber. Ook was een mondstuk geplaatst waarin het uitlaatventiel zich bevond. Het hoofdbandenstel bestond uit vijf elastische hoofdbanden die aan het hoofdkap waren vastgenaaid. De oogglazen waren ovaal van vorm.

 

De slang was 1-delig en gemaakt van geribbeld rubber. De bovenzijde van de slang was bevestigd aan de onderzijde van het mondstuk en de onderzijde van de slang was bevestigd aan het gasfilterbus.

De gasmasker Leder B werd in een gasmaskerdraagtas* opgeborgen.

 

Het is mij onbekend welke producent de Leder B gasmasker aan de Nederlandse Marine heeft geleverd en vanaf wanneer de Leder B in gebruik is genomen. Alle aanvullende informatie is welkom.

 

* Vóór 1940 werden de draagtassen ‘gasmaskerdraagtas’ of ‘draagtas, gasmasker’ genoemd. Bij de invoering van het gasmasker model K werden de bijbehorende draagtassen ‘gasmaskertas’, ‘draagzak’ of ‘tas, gasmasker’ genoemd.

Voor het overzicht benoem ik de draagtassen behorende bij de gasmaskers die tussen 1940 en 1952 werden gedragen, ook ‘gasmaskerdraagtas’ en de draagtassen die vanaf 1952 werd gebruikt benoem ik ‘gasmaskertas’.



Gasmasker model G, Rijkskeurmerk nummer 001


Het gasmasker model G was een doorontwikkeling van het gasmasker model F en is een combinatie van een volgelaatsmasker met een gasfilterbus die d.m.v. een slang werd bevestigd. Het gasmaskergelaatstuk model G werd zowel door Hevea (1936, 1938) en door Vredestein (1937, 1938) geproduceerd en in 1937 ingevoerd ter vervanging van het gasmasker model F. Het gasmasker model G werd geleverd in de maten 3, 5 en 7.

Het gasmasker model G was het eerste model gasmasker die een goedkeuring kreeg volgens het Rijkskeurmerk en kreeg de nummer 001 toebedeeld.

 

Het gasmaskergelaatstuk was gemaakt van groen rubber waarin een textielweefsel was verwerkt.  Ook was een mondstuk geplaatst waar de slang aan werd bevestigd.

Net als bij het gasmasker model F bestond het gespensamenstel uit een rubberen ring om de mondstuk waar vijf gespen aan was bevestigd t.b.v. het hoofdbandensamenstel. Het hoofdbandenstel bestond uit vijf hoofdbanden die aan het hoofdkap waren vastgenaaid en vijf gespen om het hoofdbandensamenstel af te stellen.

De oogglazen waren gemaakt van triplex zodat deze niet zouden scherven bij het breken waarbij de gasafdichting behouden zou blijven. De oogglazen werden in het gelaatstuk vastgezet waardoor de oogglazen niet verwisseld konden worden. Ook konden geen helderzichtplaatjes worden aangebracht. Aan de binnenkant van het gasmaskergelaatstuk werd tussen de oogglazen een rubber tussenschot geplaatst om spiegeling in de oogglazen te voorkomen.

 

De slang was 1-delig en gemaakt van groen geribbeld rubber waarin een textielweefsel was verwerkt.

De bovenzijde van de slang was bevestigd aan de onderzijde van het mondstuk en de onderzijde van de slang had aan het uiteinde een beugelkoppelstuk die aan het gasfilterbus bevestigd kon worden.

 

Het gasfilterbus model G was een verbeterde gasfilterbus model F. Het gasfilterbus model G was gemaakt van groen metaal, had 8 horizontale brede verstevigingribbels aan de buitenzijde en was ovaal van vorm. Aan de buitenzijde werd met wit verf de maand en jaar van productie aangegeven. Vanaf 1938 kregen werden de gasfilterbus ook van een papieren label voorzien van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen.

Aan de bovenzijde was een koppelstuk aangebracht die aan het beugelkoppelstuk van de onderslang werd bevestigd. Wanneer de dop van de koppelstuk was verwijderd, moest deze d.m.v. een kurk weer worden afgesloten. Vanaf 1938 werd naast de koppelstuk een hoofdletter ‘B’ in reliëf aangebracht. Gasfilterbussen van vóór 1938 die nog ik gebruik waren kregen een hoofdletter ‘B’ ingeslagen naast de koppelstuk. Het is mij niet bekend waar deze hoofdletter ‘B’ voor diende.

Aan de onderzijde was de luchtinlaat bevestigd die d.m.v. een schroefdop weer afgesloten kon worden.

 

Net als bij het gasmasker model F, werd het gasmasker model  G in eenzelfde model stoffen gasmaskerdraagtas* opgeborgen als voor het gasmasker model F en had het gasmasker model G drie varianten gasmaskerdraagtassen, namelijk voor onberedenen, beredenen en wielrijders. De gasmaskerdraagtassen waren aan de binnenzijde van de sluitklep gemerkt met een witte 'O' voor onberedenen, een witte 'B' voor beredenen en een witte 'W' voor wielrijders.

 

Het gasmasker model G bleef in gebruik bij de Landmacht tot in de meidagen van 1940. Na de capitulatie werden de gasmaskers model G niet opgenomen in de Duitse Krijgsmacht als oorlogsbuit, maar verstrekt aan verschillende civiele beschermingsdiensten.

 

* Vóór 1940 werden de draagtassen ‘gasmaskerdraagtas’ of ‘draagtas, gasmasker’ genoemd. Bij de invoering van het gasmasker model K werden de bijbehorende draagtassen ‘gasmaskertas’, ‘draagzak’ of ‘tas, gasmasker’ genoemd.

Voor het overzicht benoem ik de draagtassen behorende bij de gasmaskers die tussen 1940 en 1952 werden gedragen, ook ‘gasmaskerdraagtas’ en de draagtassen die vanaf 1952 werd gebruikt benoem ik ‘gasmaskertas’.



Marinegasmasker, Rijkskeurmerk nummer 028


Het Marinegasmasker is een combinatie van een volgelaatsmasker met een gasfilterbus die direct aan de gasmaskergelaatstuk werd bevestigd. Het Marinegasmasker werd zowel door Hevea (1938) en door Vredestein (1939) geproduceerd en werd in 1938 ingevoerd. Het Marinegasmasker  was de eerste gasmasker binnen de Nederlandse krijgsmacht waarbij de gasfilterbus direct aan de gasmaskergelaatstuk werd bevestigd. Het Marinegasmasker werd zowel door de Marine alsook door het Korps Mariniers gebruikt.

Het Marinegasmasker werd volgens het Rijkskeurmerk goedgekeurd en kreeg de nummer 028 toebedeeld. Voor zover bekend werden de Marinegasmaskers niet voorzien van een Rijkskeurmerk stempel.

 

Het gasmaskergelaatstuk was gemaakt van groen rubber waarin een textielweefsel was verwerkt.  Ook was een mondstuk geplaatst waarin zowel het inlaat- als het uitlaatventiel was gemonteerd. Het uitlaatventiel was zo laag mogelijk geplaatst zodat speeksel, transpiratie en condensatievocht konden worden geloosd.

Het hoofdbandenstel bestond uit vijf hoofdbanden die aan het hoofdkap waren vastgenaaid en vijf gespen aan het gasmaskergelaatstuk om het hoofdbandensamenstel af te stellen.

Aan de binnenzijde van het gelaatstuk was een rubber riempje bevestigd dat als kinsteun diende en ervoor zorgde dat het gelaat niet te ver in het gasmaskergelaatstuk schoof.

 

Het gasfilterbus was van het Duiker model, was gemaakt van groen metaal en was rond van vorm.

Aan de bovenzijde was een koppelstuk aangebracht die aan het mondstuk van het gasmaskergelaatstuk werd vastgeschroefd. Aan de onderzijde was een oranje kleurige papieren afdichting aangebracht die d.m.v. een metalen ring verwijderd moest worden om het gasfilterbus in gebruik te nemen. Aan de buitenzijde werd met een zwarte stempel de dag, maand en jaar van productie aangegeven. Sommige exemplaren hebben ook een zwarte stempel van de leverancier Duiker.

 

Het Marinegasmasker werd opgeborgen in een gasmaskerdraagbus die rond was van vorm en voorzien van verstevigingsribben. De gasmaskerdraagbus werd afgesloten met een deksel waarin een opbergcompartiment zat t.b.v. de reserve onderdelen. De deksel was aan een zijde vastgezet met een scharnierende beugel en aan de andere zijde was het verende vergrendeling aangebracht. Aan de zijkant van de gasmaskerdraagbus werden aan de bovenzijde 2 beugels aangebracht t.b.v. de draagriem. Aan de onderzijde was een beugel aangebracht t.b.v. een korte riem waar een klemhaak aan was bevestigd.

 

Het Marinegasmasker bleef in gebruik bij de Marine en Korps Mariniers tot in de meidagen van 1940. Na de capitulatie werden de Marinegasmaskers, voor zover bekend, niet opgenomen in de Duitse Krijgsmacht als oorlogsbuit, maar verstrekt aan verschillende civiele beschermingsdiensten.



Gasmasker model H, Rijkskeurmerk nummer 044


Het gasmasker model H is een combinatie van een volgelaatsmasker met een gasfilterbus die direct aan de gasmaskergelaatstuk werd bevestigd. Het gasmaskergelaatstuk model H werd zowel door Hevea en door Vredestein in 1940 geproduceerd en ingevoerd werd op een kleine schaal uitgereikt aan troepen voordat het Nederlandse leger capituleerde op 14 mei 1940.

Het gasmasker model H werd volgens het Rijkskeurmerk goedgekeurd en kreeg de nummer 044 toebedeeld.

 

Het gasmaskergelaatstuk was gemaakt van groen rubber waarin een textielweefsel was verwerkt.  Ook was een mondstuk geplaatst waarin zowel het inlaat- als het uitlaatventiel was gemonteerd. Het uitlaatventiel was zo laag mogelijk geplaatst zodat speeksel, transpiratie en condensatievocht konden worden geloosd.

 

Het hoofdbandenstel bestond uit vijf hoofdbanden die aan het hoofdkap waren vastgenaaid en vijf gespen aan het gasmaskergelaatstuk om het hoofdbandensamenstel af te stellen.

Aan de binnenzijde van het gelaatstuk was een rubber riempje bevestigd dat als kinsteun diende en ervoor zorgde dat het gelaat niet te ver in het gasmaskergelaatstuk schoof.

 

Het gasfilterbus was van het model III, was gemaakt van groen metaal en was rond van vorm.

Aan de bovenzijde was een koppelstuk aangebracht die aan het mondstuk van het gasmaskergelaatstuk werd vastgeschroefd. Aan de onderzijde was een papieren afdichting aangebracht die verwijderd moest worden om het gasfilterbus in gebruik te nemen. Aan de zijkant van het gasfilterbus werd bij de vroege exemplaren een hoofdletter ‘B’ ingeslagen. Bij de latere exemplaren werd tijdens de productie proces een hoofdletter ‘B’ in reliëf aan de zijkant aangebracht.

 

Het gasmasker model H werd opgeborgen in een gasmaskerdraagbus die ovaal was van vorm, 325mm hoog en voorzien van verstevigingsribben. De gasmaskerdraagbus werd afgesloten met een deksel waarin een opbergcompartiment zat t.b.v. de reserve onderdelen. De deksel was aan een zijde vastgezet met een scharnierende beugel en aan de andere zijde was het verende vergrendeling aangebracht. Aan de zijkant van de gasmaskerdraagbus werden aan de bovenzijde 2 beugels aangebracht t.b.v. de draagriem. Aan de onderzijde was een beugel aangebracht t.b.v. een korte riem waar een klemhaak aan was bevestigd.

 

Het gasmasker model H bleef in gebruik tot in de meidagen van 1940. Na de capitulatie werden de gasmaskers model H, voor zover bekend, niet opgenomen in de Duitse Krijgsmacht als oorlogsbuit, maar verstrekt aan verschillende civiele beschermingsdiensten. De gasmaskers werden voor de civiele markt hernoemd naar model IV.



De gasmaskers AG 4 (Algemeen Gebruik), AG 5 en Lr (Respirator, Anti-Gas, Light)


Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Nederlandse troepen in Engeland uitgerust met een Engelse gasmasker AG 4, AG 5 of Lr en een gascape als beschermende kleding tegen sproeiaanvallen. De KL-eenheden, die in de bevrijdingsfase in Nederland zijn opgericht, werden ook nog ermee uitgerust. De troepen die werden uitgezonden naar Indonesië waren niet voorzien van gasmaskers. Na de oprichting in 1951 van de ABC-school als voortzetting van de vooroorlogse militaire gasschool werden militairen weer geoefend in het gebruik van (Engelse model) gasmaskers.


De gasmaskers AG 4 en AG 5 werden vanaf 1940 uitgereikt aan de Nederlandse troepen. Na 1945 gingen de AG gasmaskers in opslag tot medio 1953, waarna deze werden uitgefaseerd en vervangen door de model K.


Het gasmasker Lr werd vanaf 1943 uitgereikt aan de Nederlandse troepen en werd naast de AG 4 en AG 5 gedragen. Bij het gasmasker Lr was de filterbus direct aan het gelaatstuk geschroefd. Na 1945 gingen de Lr gasmaskers in opslag tot medio 1953, waarna deze werden uitgefaseerd en vervangen door het gasmasker model K.



Gasmasker model K


Het gasmasker model K is een combinatie van een volgelaatsmasker met een gasfilterbus die direct aan de gasmaskergelaatstuk werd bevestigd. Het gasmaskergelaatstuk model K werd zowel door Hevea en door Vredestein vanaf 1952 geproduceerd en werd in 1953 ingevoerd.

Het gasmasker model K was het eerste naoorlogse gasmasker van Nederlandse fabricaat die bestemd was voor de krijgsmacht.

 

Het gasmaskergelaatstuk was gemaakt van groen rubber waarin een textielweefsel was verwerkt.  Ook was een zwart kunststof mondstuk geplaatst waarin het inlaatventiel was gemonteerd. Op het mondstuk werd het gasfilterbus op geschroefd. Bijzonder aan het gasmasker model K was dat het mondstuk inwendig was voorzien van 2 verschillende schroefdraden waardoor zowel gasfilterbussen met een 40mm breed koppelstuk alsook gasfilterbussen met een 73mm breed koppelstuk geplaatst konden worden. Gasfilterbussen met een 73mm breed koppelstuk werden o.a. door de legers van het Verenigde Koninkrijk (UK) alsook door de Verenigde Staten (US) gebruikt.

Aan de binnenzijde van het gasmaskergelaatstuk was een kinstuk aangebracht in de vorm van een rubber plaat die ervoor zorgde dat het gelaat niet te ver in het gasmaskergelaatstuk schoof.

Het uitlaatventiel was een los onderdeel die aan de linker zijde was geplaatst, zo laag mogelijk zodat speeksel, transpiratie en condensatievocht konden worden geloosd. Het eerste model uitlaatventiel was gemaakt van zwart kunststof en aan de buitenzijde geperforeerd. Deze eerste model uitlaatventiel bleek niet voldoende gasdicht te zijn waardoor het gasmasker geen goede bescherming bood. In 1960 werd het eerste model uitlaatventiel vervangen door een tweede model uitlaatventiel die gemaakt was van groen metaal en aan de buitenzijde glad was.

De oogglazen werden bevestigd met twee klemringen die opgeschroefd werden. Hierdoor konden de oogglazen worden verwisseld.

 

Het hoofdbandenstel bestond uit vier elastische hoofdbanden en een stoffen hoofdband die aan het hoofdkap waren vastgenaaid en vijf gespen aan het gasmaskergelaatstuk om het hoofdbandensamenstel af te stellen.

 

Het gasfilterbus was gemaakt van groen metaal en was rond van vorm.  Aan de bovenzijde was een koppelstuk van 40mm breed aangebracht die aan het mondstuk van het gasmaskergelaatstuk werd vastgeschroefd. Op het koppelstuk was een metalen afsluitdop opgeschroefd wanneer het gasfilterbus niet op het gasmaskergelaatstuk was aangebracht. Aan de onderzijde was een rubber afsluitdop aangebracht die verwijderd moest worden om het gasfilterbus in gebruik te nemen. Beide afsluitdoppen waren d.m.v. een koord aan elkaar gebonden en worden gezamenlijk het afsluitdopsamenstel genoemd. Het gasfilterbus werd met een papieren zegel over de rubber afsluitdop geleverd.

Op de bovenkant van het gasfilterbus werd met gele verf een hoofdletter ‘B’ aangebracht met erachter de maand en jaar van productie. Oefen gasfilterbussen kregen aan de onderzijde een merking d.m.v. stip die met gele verf werd aangebracht.

 

Het gasmasker model K werd opgeborgen in een stoffen gasmaskertas*. De gasmaskertassen bestemd voor de Landmacht, w.o. Marechaussee, en de Marine en Korps Mariniers waren gemaakt van groen canvas. De gasmaskertassen bestemd voor de Luchtmacht waren gemaakt was licht blauw/grijs canvas.

Aan het gasmaskertas was een stoffen draagband meegeleverd die met musketonhaken bevestigd kon worden. Aan de achterzijde waren metalen haken bevestigd waardoor de gasmaskertas aan de koppel kon worden bevestigd.

Aan de rechterzijde was een vak aangebracht waarin een groen kunststoffen bus Huid Ontsmettingspoeder (HOP) geplaatst kon worden. Verder waren er meerdere inwendige vakken voor het opbergen van een Instructie Kaart (IK), enkele kopersulfaatcompressen, drie atropine injectoren, een doosje oogzalf (om het beslaan van de oogglazen tegen te gaan) en het afsluitdopsamenstel.

 

Van het gasmasker model K is ook een aangepast model t.b.v. specialistische NBC (Nucleair, Biologisch en Chemisch) eenheden. Personeel van deze specialistische NBC eenheden droegen een volledig 2-delige water- en gasdichte pak.

Het model K gasmasker dat hierbij werd gedragen was aangepast door het verwijderen van het hoofdbandensamenstel en het aanbrengen van een hoofdkap wat het hoofd en nek volledig omsloot. De hoofdkap werd aan het gasmaskergelaatstuk vast gelijmd.

 

* Vóór 1940 werden de draagtassen ‘gasmaskerdraagtas’ of ‘draagtas, gasmasker’ genoemd. Bij de invoering van het gasmasker model K werden de bijbehorende draagtassen ‘gasmaskertas’, ‘draagzak’ of ‘tas, gasmasker’ genoemd.

Voor het overzicht benoem ik de draagtassen behorende bij de gasmaskers die tussen 1940 en 1952 werden gedragen, ook ‘gasmaskerdraagtas’ en de draagtassen die vanaf 1952 werd gebruikt benoem ik ‘gasmaskertas’.



Gasmasker model T


Het gasmasker model T is een combinatie van een volgelaatsmasker met een gasfilterbus die d.m.v. een slang werd bevestigd. Er is zeer weinig bekend en te vinden over het gasmasker model T.

Zover bekend is het gasmasker model T alleen bij de TRIS (Troepen In Suriname) in gebruik geweest, waarschijnlijk al vanaf de jaren ’50.

 

Het betreft in ieder geval eenzelfde model gasmaskergelaatstuk zoals dat van het gasmasker model K. Het gasmaskergelaatstuk was gemaakt van groen rubber waarin een textielweefsel was verwerkt.  Ook was een zwart kunststof mondstuk geplaatst waarin het inlaatventiel was gemonteerd en aan de boven- linkerzijde een slang bevestigd kan worden. Onder aan het mondstuk was het uitlaatventiel bevestigd, waarschijnlijk van hetzelfde model als bij het gasmasker model K.

De oogglazen werden bevestigd met twee klemringen die opgeschroefd werden. Hierdoor konden de oogglazen worden verwisseld.

 

Het hoofdbandenstel bestond uit vier elastische hoofdbanden en een stoffen hoofdband die aan het hoofdkap waren vastgenaaid en vijf gespen aan het gasmaskergelaatstuk om het hoofdbandensamenstel af te stellen.

 

De slang was 1-delig en gemaakt van groen geribbeld rubber waarin een textielweefsel was verwerkt.

De bovenzijde van de slang was bevestigd aan de linker- onderzijde van het mondstuk en de onderzijde van de slang werd direct aan het gasfilterbus bevestigd.

 

Het gasfilterbus model T was gemaakt van groen metaal, was glad aan de buitenzijde en ovaal van vorm.  Aan de bovenzijde was een koppelstuk aangebracht die direct aan de slang werd bevestigd. Het is mij niet bekend of aan de onderzijde de luchtinlaat was bevestigd.

 

Het gasmasker model T werd opgeborgen in een stoffen gasmaskertas* die voor de borst gedragen werd wanneer het gasmasker in gebruik was. Aan het gasmaskerdraagtas was een stoffen draagband bevestigd en een band die achter de rug werd geplaatst om schuiven te voorkomen wanneer de gasmaskertas voor de borst was geplaatst.

 

* Vóór 1940 werden de draagtassen ‘gasmaskerdraagtas’ of ‘draagtas, gasmasker’ genoemd. Bij de invoering van het gasmasker model K werden de bijbehorende draagtassen ‘gasmaskertas’, ‘draagzak’ of ‘tas, gasmasker’ genoemd.

Voor het overzicht benoem ik de draagtassen behorende bij de gasmaskers die tussen 1940 en 1952 werden gedragen, ook ‘gasmaskerdraagtas’ en de draagtassen die vanaf 1952 werd gebruikt benoem ik ‘gasmaskertas’.



Gasmasker T in gebruik. Foto is zeer waarschijnlijk in Suriname gemaakt, jaren '50.



Gasmasker C3


Het gasmasker C3 werd geintroduceerd in 1976 als opvolger van het model K. Het gasmasker C3 werd geproduceerd in Canada en is vervaardigd van natuurrubber. Links aan het gelaatstuk is de filterbus geplaatst. Aan de voorzijde bevinden zich het uitlaatventiel en het spreekmembraan. In het gelaatstuk bevindt zich een neuskap die ervoor zorgt dat de uitademingslucht niet in contact komt met de oogglazen, waardoor beslaan daarvan wordt voorkomen.



De NBC masker FM 12


De NBC masker FM 12 werd geintroduceerd in 1996 als opvolger van het gasmasker C3 en is de huidige standaard NBC masker welke wordt uitgereikt aan Nederlandse militairen.



Civiele gasmaskers


Met de toenemende spanningen medio jaren '30 werd een gevaar voor de burgerbevolking verwacht in de vorm van strijdgassen, ook wel gifgassen genoemd. Besloten werd om door de bevolking maatregelen te laten nemen om zichzelf te beschermen waardoor gasmaskers beschikbaar moesten komen voor burgers.


In de jaren dertig begonnen verschillende bedrijven gasmaskers te importeren en in Nederland werden ook gasmaskers geproduceerd. Voor de gemeentelijke luchtbeschermingsdiensten werden vanaf 1937 ongeveer 50.000 gasmaskers (volksmaskers genoemd) aangekocht van Nederlands (Vredestein, Hevea, Veritex), Belgisch (SBA), Duits (Draeger) en Tsjechisch (Fatra, Kudrnac) fabrikaat.

De overheid zag ook het gevaar van het verhandelen van ondeugdelijke gasmaskers en stelde in 1937 een rijkskeurmerk (RKM) in. Vanaf 1938 mochten alleen gasmaskers voorzien van een aangebrachte (stempel) RKM in Nederland worden verhandeld. Ook gasmaskers bestemd voor de Krijgsmacht werden van een RKM voorzien.


Tijdens de mobilisatie en bezetting werden gasmaskers uit de partij van de gemeentelijke luchtbesrschermingsdiensten ook aan de politie en brandweer uitgegeven. Bij al deze gasmaskers is de gasfilterbus rechtstreeks aan het gelaatstuk geschroefd. De Nederlandse schroefdikte was identiek aan de Duitse waardoor de filterbussen onderling uitwisselbaar waren en pasten op de verschillende modellen. Hierdoor werd het gebruikelijk in de bezettingsjaren om gasmaskergelaatstukken en gasfilterbussen met verschillende Rijkskeurmerk nummers te combineren.

Bij de maskers hoorde een stoffen draagtas of metalen draagblik te zijn, beide types met schouderriem. De gasmaskergelaatsstukken en gasfilterbussen van een en dezelfde fabrikant/importeur hebben hetzelfde RKM.


Hieronder een lijst met alle bekende RKM-nummers en bijbehoordende fabrikant en/of leverancier:


  • 001  Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen Hembrug, Zaandam
  • 002  Otter & Groenendijk, Heemstede
  • 003  N.V. Maatschappij Oxygenium, Schiedam
  • 004  N.V. Electro zuur- en waterstoffabriek, Amsterdam
  • 005  Technisch bureau J. Duiker, 's Gravenhage
  • 006  Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen Hembrug, Zaandam
  • 007  Otter & Groenendijk, Heemstede
  • 008  Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen Hembrug, Zaandam
  • 009  Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen, 's Gravenhage
  • 010  Veritex N.V., Apeldoorn
  • 011  N.V. Electro zuur- en waterstoffabriek, Amsterdam
  • 012  Technisch bureau J. Duiker, 's Gravenhage
  • 013  Technisch bureau J. Duiker, 's Gravenhage
  • 014  Veritex N.V., Apeldoorn
  • 015  N.V. Maatschappij Oxygenium, Schiedam
  • 016  Ougrée Handelmaatschappij, 's Gravenhage
  • 017  Cidex N.V., Amsterdam
  • 018  Cidex N.V., Amsterdam
  • 019  Cidex N.V., Amsterdam
  • 022  N.V. Electro zuur- en waterstoffabriek, Amsterdam
  • 025  G.L. Loos & Co's. fabrieken N.V., Amsterdam
  • 026  G.L. Loos & Co's. fabrieken N.V., Amsterdam
  • 027  G.L. Loos & Co's. fabrieken N.V., Amsterdam
  • 028  Rijkswerf, Willemsoord
  • 029  Holima, Amsterdam
  • 030  W.E. Mingramm, 's Gravenhage
  • 031  W.E. Mingramm, 's Gravenhage
  • 032  E. Gibas
  • 033  N.V. Maatschappij Oxygenium, Schiedam
  • 034  Technisch bureau J. Duiker, 's Gravenhage
  • 035  W.E. Mingramm, 's Gravenhage
  • 036  N.V. Maatschappij Oxygenium, Schiedam
  • 037  N.V. Maatschappij Oxygenium, Schiedam
  • 039  Veen stoom- en weefspinnerij
  • 040  Holima, Amsterdam
  • 041  N.V. Maatschappij Oxygenium, Schiedam
  • 042  E. Gibas
  • 043  E. Gibas
  • 044  Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen, 's Gravenhage
  • 045  W.E. Mingramm, 's Gravenhage
  • 047  Gebroeders van Swaay



Gasmasker Hevea-Electro 126, geen Rijkskeurmerk nummer


Het gasmasker Hevea-Electro 126 is een combinatie van een door Hevea geproduceerd volgelaatsmasker model 126 met een gasfilterbus van de firma N.V. Electro zuur- en waterstoffabriek uit Amsterdam-Noord. Het gasmasker Hevea model 126 is een civiele uitvoering van het gasmasker model F28 wat door defensie werd gebruikt.

Het gasmasker Hevea model 126 is een volgelaatsmasker van rubber en heeft vijf elastische hoofdbanden.



Gasmasker NEDRA en gasfilterbus model 502, Rijkskeurmerk nummer 003


Het gasmasker NEDRA (model 201, 2e variant) werd geproduceerd door de Duitse fabrikant Draeger (Dräger) uit Lübeck en geïmporteerd door N.V. Maatschappij Oxygenium uit Schiedam. Het gasmasker is een volgelaatsmasker van rubber en heeft vijf elastische hoofdbanden. Zowel filterschroefstuk en uitademventiel bestaan uit een stuk en is gemaakt van metaal.

NEDRA is waarschijnlijk een samenvoeging van NEDerland DRAeger.


De masker werd geleverd in een groene ijzeren draagbus, met ovaal goudkleurig plaatje (opschrift Oxygenium Schiedam) op de zijkant van de deksel van de draagbus.


Gasmasker Drager D2 NEDRA


Gasmasker Hevea-Electro 128, Rijkskeurmerk nummer 004


Het gasmasker Hevea-Electro 128 met Rijkskeurmerk nummer 004 is een combinatie van een door Hevea geproduceerd volgelaatsmasker model 128 met een gasfilterbus van de firma N.V. Electro zuur- en waterstoffabriek uit Amsterdam-Noord. Het gasmasker Hevea model 128 is een volgelaatsmasker van rubber en heeft vijf elastische hoofdbanden. Opmerkelijk is dat het gasmasker geen afzonderlijk uitademventiel heeft.


Het volgelaatsmasker model 128 was niet erg populair en is maar kort geproduceerd. In 1938/1939 werd het model 128 vervangen door het volgelaatsmasker Hevea model 130 met Rijkskeurmerk nummer 011 en werd de gasfilterbus vervangen door een nieuw model gasfilterbus van de firma N.V. Electro zuur- en waterstoffabriek met Rijkskeurmerk nummer 011.



Gasmasker Auer, Rijkskeurmerk nummer 005


Het gasmasker Auer (Vollmaske model 726) met Rijkskeurmerk nummer 005 is een combinatie van een door de Duitse fabrikant Auer geproduceerd volgelaatsmasker met een gasfilterbus van de firma Technisch bureau J. Duiker uit 's Gravenhage. Het gasmasker Auer (RKM 005) is een volgelaatsmasker van canvas en rubber en heeft vijf elastische hoofdbanden. Het filterschroefstuk en uitademventiel zijn twee verschillende onderdelen en zijn gemaakt van metaal. Zowel de luchtinlaat als het ventiel zijn gemerkt met AUER.



Gasmasker model II, Rijkskeurmerk nummer 006


Het gasmasker model II (2) is een combinatie van een door Vredestein geproduceerd volgelaatsmasker met een gasfilterbus geleverd door het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen Hembrug uit Zaandam. Het gasmasker is een volgelaatsmasker van rubber en heeft vijf elastische hoofdbanden. Het gasmasker model II is herkenbaar aan de bruine leertjes waarmee het hoofdbandensamenstel aan het gasmaskergelaatstuk wordt bevestigd. Het filterschroefstuk en uitademventiel zijn twee verschillende onderdelen.

Het gasmasker werd geleverd in drie maten, namelijk:

  • Maat 3: Klein,
  • Maat 5: Normaal,
  • Maat 7: Groot.


Het gasmsaker werd geleverd in een oranje rechthoekige blik met gebruiksaanwijzing en een kartonnen doos waarin de gasfilterbus zat.



Gasmasker L.702, Rijkskeurmerk nummer 007


Het gasmasker L.702 met Rijkskeurmerk nummer 007 is een combinatie van een door de Belgische (Luik) fabrikant Societé Belge de l’Azote (SBA) geproduceerde gasmaskergelaatstuk met een gasfilterbus van de firma Otter & Groenendijk uit Heemstede. Het gasmasker L.702 (RKM 007) werd geïmporteerd en geleverd door Otter & Groenendijk. Het gasmasker is een volgelaatsmasker van bruin rubber en heeft vijf elastische hoofdbanden. Zowel filterschroefstuk en uitademventiel bestaan uit een stuk en is gemaakt van zwart kunststof.


Het gasmasker L.702 met Rijkskeurmerk nummer 007 is vrijwel identiek aan het gasmasker L.702 met Rijkskeurmerk nummer 016 wat geleverd werd door de firma Ougrée Handelmaatschappij uit 's Gravenhage. Beiden hebben hetzelfde gasmaskergelaatsstuk L.702 van SBA.


Het masker werd zowel in een kartonnen dozen alsook in een ronde, grijze, blikken bus met stoffen schouderriem geleverd. De draagbus werd geproduceerd door SBA en op het deksel is in hoog reliëf L.702 gestanst.



Gasmasker model III, Rijkskeurmerk nummer 009


Het gasmasker model III (3) is een combinatie van een door Vredestein of door Hevea (model 130) geproduceerd volgelaatsmasker met een gasfilterbus geleverd door het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen Hembrug uit Zaandam. Het gasmasker is een volgelaatsmasker van rubber en heeft vijf elastische hoofdbanden. Het gasmasker model III is herkenbaar aan de zwarte leertjes waarmee het hoofdbandensamenstel aan het gasmaskergelaatstuk wordt bevestigd. Het filterschroefstuk en uitademventiel zijn twee verschillende onderdelen.

Het gasmasker werd geleverd in drie maten, namelijk:

  • Maat 3: Klein,
  • Maat 5: Normaal,
  • Maat 7: Groot.


Het gasmsaker werd geleverd in een oranje rechthoekige blik met gebruiksaanwijzing en een kartonnen doos waarin de gasfilterbus zat.