Helmcamouflage


Helmcamouflage


Sinds de invoering van de stalen helm in 1915 werd het vrij snel duidelijk voor militairen dat de helm niet alleen bescherming bood, maar ook een risico vormde. Door de ronde vorm was de helm een opvallende verschijning en viel de helm vaak al op afstand op. De ronde vorm in combinatie met een gladde geschilderde afwerking zorgde vaak ook voor een versterking van schittering door o.a. zonlicht.



In Nederland werd na de Eerste Wereldoorlog steeds meer aandacht geschonken aan camouflage, echter er werd niet specifiek aandacht besteed aan het camoufleren van helmen.

In het Voorschrift Inrichtingen Stellingen (V.I.S.), No 77h, deel IX, Maskeering (Breda 1931) wordt op bladzijdes 71 t/m 74 het gebruik van takken, het kleuren van het gelaat en het gebruik van een zandzak voor het gezicht beschreven. Er wordt echter nergens beschreven hoe de takken worden bevestigd.

Op de bijgaande figuren 51a en 51b lijkt het zelfs alsof de helm zelf niet gecamoufleerd is, maar dat er takken tussen de uitrusting zijn gestoken die tot boven de helm uitreiken.



Op verschillende afbeeldingen zijn manschappen en onderofficieren van de Luchtafweer (LuA) te zien die de kinriem gebruiken om de helm te camoufleren. De kinriem is aan de buitenzijde over de helmbol is vastgemaakt waarbij gras tussen kinriem en helm gestoken is. Er zijn ook foto’s waar te zien is dat de kinriem meer naar achteren over de scherm vastgemaakt is. Op deze afbeeldingen is vaak ook te zien dat camouflagemateriaal tussen overige uitrustingstukken is gestoken. Dit doet vermoeden dat het best mogelijk is dat deze wijze van camoufleren voortkomt uit de Voorschrift Inrichtingen Stellingen (V.I.S.), No 77h, deel IX, Maskeering (Breda 1931).


Duidelijk is te zien dat de kinriem over de scherm is vastgezet met eronder camouflagemateriaal geplaatst.

Ook is te zien dat her en der camouflagemateriaal tussen de uitrustingstukken is gestoken.



In de winter van 1939/1940 werden helmen met een stuk witte laken gecamoufleerd, wat gedaan werd met het versnijden van beddengoed. De stukken witte lakens werden over de helm gelegd waarbij de uiteinden of onder de binnenwerk werd gestoken, of door middel van knopen strak getrokken.



De ‘rubberring tot maskeering van den helm’, ook wel helmring, helmband of helmelastiek genoemd, werd na beproeving op 09 maart 1939 ingevoerd bij het veldleger. Pas op 24 oktober 1939 werd de productie gegund aan Rubberfabriek Vredestein en eind april 1940 werden de eerste helmringen uitgereikt aan militairen.

De helmring was gemaakt van donker olijfgroene rubber. De rubberenband was 16mm breed, 3mm dik en de buitenste diameter was ongeveer 20,7cm. Aan weerzijden waren 2 grijsgroene lederen lussen met een stalen haak. Zowel lederen lus als haak werden met stalen klinknagels vastgemaakt.

De helmring is op zeer kleine schaal gebruikt tot aan de capitulatie. Het overgrote deel van de voorraad was nog in opslag tijdens de Duitse inval. De Duitse bezetter gaf aan geen belangstelling te hebben in de helmringen en het is onbekend wat met de voorraad is gebeurd.



Vlak voor de Duitse inval in mei1940, zien we ook dat helmen worden gecamoufleerd door middel van het verven van de helm. Vaak gebeurde dit nadat de helmembleem werd verwijderd om de ontstane kale plek te verven. Dit was echter niet altijd het geval en er werden vele verschillende groene en bruine kleuren gebruikt, afhankelijk van beschikbaarheid.

Soms werd het verf gemengd met hooi of zand om een grove structuur te krijgen om zo schittering van de helm te voorkomen. Het kwam ook voor dat de kale plek en helm met modder werd besmeurd.



Vanaf eind 1944, begin 1945 zien we dat m40C helmen gebruikt worden door leden van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). Deze helmen waren oorspronkelijk zwart van kleur maar door de NBS leden vaak aan de buitenzijde in het (donker) groen overgeverfd. Er zijn ook enkele gecamoufleerde exemplaren.



In Nederlands-Indie werd na de invoering van de stalen helm ook nagedacht over het camoufleren van helmen. De eerste vorm van helmcamouflage zien we in de vorm van een helmovertrek. Deze was gemaakt van garoetstof, afkomstig van afgedankte/afgedragen uniformstukken.


Japanse oorlogsbuit van KNIL materiaal.

Op de foto zijn, minstens, 3 m39 KNIL helmen te zien die gecamoufleerd zijn met een helmovertrek. Zeer waarschijnlijk betreft het overtrekken gemaakt van garoet stof.



Met de invoering van de helm KNIL m41, werd ook een helmnet ingevoerd van Amerikaanse productie. Aan de hand van beeldonderzoek is op de weinige foto's waarop KNIL m41 helmen met aangebrachte helmnetten te zien zijn, deze helmnetten voornamelijk van het zogenaamde geweven 'Shrimp' model zijn.



Nadat de Nederlandse regering had besloten om vanaf 1946 troepen vanuit Nederland in te zetten in Nederlands-Indie, werd door de uitgezonden militairen ook nagedacht over het camoufleren van helmen. Vele militairen waren afkomstig van de Princes Irene Brigade en van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Onder deze militairen was niet alleen voldoende gevechtservaring aanwezig, maar ook ervaring met betrekking tot maskeering, waar onder het camoufleren van helmen.

Vele helmen werden op allerlei manieren gecamoufleerd. Er werden helmnetten gebruikt afkomstig uit de Verenigde Koninkrijk, Canada, India, Verenigde Staten en meer. Ook werden helmen soms met verf gecamoufleerd of er werden zwarte vlekken aangebracht met schoensmeer.


Britse helmnetten.
De eerste geproduceerde Britse helmnetten waren geweven en werden door verschillende fabrikanten geproduceerd, waardoor er onderlinge verschillen waren in weef patroon. Ook waren er verschillen in kleur, zoals khaki, verschillende groene en bruine tinten. Het maas was vierkant en varieerden van 10mm x 10mm tot 16mm x 16mm (0.5”).

Later veranderde de productie van geweven helmnetten naar geknoopte helmnetten wat efficiënter en goedkoper was. Ook de geknoopte helmnetten werden door verschillende fabrikanten geproduceerd waardoor er onderlinge verschillen waren in kleur en wijze van knopen. Het maas was vierkant en was ongeveer 19mm x 19mm (3/4”).

De helmnetten geproduceerd voor de mkII helmen waren vierkant met een omtrek van 40,6cm x 40,6cm (16” x 16”). Vanaf 1943 werd de omtrek van de helmnetten vergroot naar 45,7cm x 45,7cm (18” x 18”), zodat deze voor de mkIII helmen gebruikt konden worden.
Rondom de buitenrand was een koord door het maas geweven om de net aan de binnenzijde van de helmschaal strak te trekken nadat deze over de helm was geplaatst.


Australische helmnetten.
Vanaf 1941 produceerde Australië enkel geknoopte helmnetten. De netten werden door verschillende fabrikanten geproduceerd waardoor er onderlinge verschillen waren in wijze van knopen. Ook waren er verschillen in kleur en tinten, zoals khaki, groen en bruin. Het maas was vierkant en varieerden van 10mm x 10mm tot 16mm x 16mm (0.5”).

De Australische helmnetten waren vierkant met een omtrek van 40,6cm x 40,6cm (16” x 16”).
Rondom de buitenrand was een koord door het maas geweven om de net aan de binnenzijde van de helmschaal strak te trekken nadat deze over de helm was geplaatst.


Canadese helmnetten.

Canada heeft grofweg 3 verschillende varianten van helmnetten geproduceerd, namelijk een enkel kleurige groene of khaki geweven net, een 2-kleurige (bruin en groen) geweven helmnet die vanaf eind 1942 werd geproduceerd en een 2-kleurige (bruin en groen) geknopte helmnet die vanaf 1943/1944 werd geproduceerd. De productie van deze laatste model 2-kleurige geknopte helmnet heeft tot na de oorlog nog plaatsgevonden.

 

De Canadese helmnetten waren vierkant. Rondom de buitenrand was een koord door het maas geweven om de net aan de binnenzijde van de helmschaal strak te trekken nadat deze over de helm was geplaatst.


Indiase helmnetten.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden ook geknoopte helmnetten geproduceerd in India. De helmnetten werden door verschillende fabrikanten geproduceerd waarbij de werknemers de helmnetten met de hand knoopten. Hierdoor ontstond er onderlinge verschillen in wijze van knopen en grote van het maas. De Indiase helmnetten werden in een khaki of groene tint geproduceerd.

De Indiase helmnetten waren vierkant. Rondom de buitenrand was een koord door het maas geweven om de net aan de binnenzijde van de helmschaal strak te trekken nadat deze over de helm was geplaatst.


Amerikaanse helmnetten.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog gebruikte de Amerikaanse strijdkrachten in Europa op grote schaal Britse mkII helmnetten die over de m1 helm werden geplaatst. Doordat de helmnetten te klein waren voor de m1 helm, kreeg de helmnet een ruitvormige maas wanneer deze over de helm werd strak getrokken.
Ook werden helmnetten gemaakt door het versnijden van grote netten bestemd voor het camoufleren van groot materiaal of voor het verzekeren van lading. Dit waren zowel geknoopte netten en geweven netten. De grote geweven netten waren van oorsprong de zogenaamde ‘Camouflage net, Shrimp’. Hierdoor werden de helmnetten die uit deze netten werden versneden, ‘Shrimp net’ genoemd.
De ‘Camouflage net, Shrimp’ werden door verschillende fabrikanten geproduceerd, waardoor er onderlinge verschillen waren in weef patroon. Ook waren er verschillen in kleur, zoals khaki en groene. De Shrimp netten hadden een maas van 0,6cm (1/4”).

In 1944 begon de productie van een eigen helmnet, de ’Net, Helmet, with Band’. De ‘Net, Helmet, with Band’ is een geweven helmnet en is groen van kleur. De helmnet werd geleverd met een groene elastische band en een instructie kaart.
De ’Net, Helmet, with Band’ wordt door verzamelaars ook wel als ‘M44 helmnet’ aangeduid.



Met de invoering van de m53 Troepenhelm in 1953, werd vanuit de Koninklijke Landmacht nagedacht over het camoufleren van de helm. In de Voorlopige Voorschrift A-1527, vastgesteld op 02 april 1951, wordt op pagina 20 beschreven hoe de helm gecamoufleerd dient te worden en wat de aandachtspunten zijn.



In 1988 werd, na een lange proefperiode, het besluit genomen om een camouflagepatroon in te voeren die gebaseerd was op het Engelse DPM (Disruptive Pattern Material). Deze nieuwe Nederlandse camouflagepatroon, ook wel m88 of woodland genoemd, heeft 4 kleuren namelijk khaki, groen, bruin en zwart.


In 1990 begon de productie van een nieuwe Nederlandse helmovertrek bestemd voor de m53 Troepenhelm in de nieuwe woodland camouflagepatroon. Pas in december 1991 werd de woodland helmovertrek officieel ingevoerd bij de Koninklijke Landmacht en begin 1992 werd de woodland helmovertrek als eertse door het 1e Legerkorps officieel in gebruik genomen als Overtrek, Helm, Camouflage.

Om onderscheid tussen de verschillende helmovertrekken te kunnen maken, wordt dit model binnen de Dutchhelmets collectie als 'Helmovertrek m90, woodland' aangeduid.


In 1992 wordt een variant ingevoerd in 3 (licht-)bruine kleuren tbv het gebruik in woestijn-achtige (desert) gebieden. Deze wordt binnen de Dutchhelmets collectie als 'Helmovertrek m90, Desert' aangeduid en in 1993 wordt een variant ingevoerd in 5 kleuren tbv het gebruik in oerwoud-achtige (jungle) gebieden. Deze wordt binnen de Dutchhelmets collectie als 'Helmovertrek m90, Jungle' aangeduid


De m90 woodland, desert en jungle helmovertrekken bestaat uit vier gelijkvormige aan elkaar genaaide delen met in totaal 14 sleuven, waarvan 12 bestemd zijn voor het plaatsen van natuurlijke camouflage materiaal. Twee delen hebben 4 sleuven en 2 delen hebben 3 sleuven.
De twee delen met 4 sleuven zijn tegenover elkaar genaaid waarvan de onderste 2 sleuven zijn bedoeld om over de D-ring heen te schuiven. Hierdoor kan de helmhoes strak over de helm geplaatst kan worden.

De helmovertrekken zijn gemaakt van stof bestaande uit 50% katoen en 50% polyester.


In 1996 wordt een variant ingevoerd in het lichtblauw tbv het gebruik tijdens VN-operaties. Deze wordt binnen de Dutchhelmets collectie als 'Helmovertrek m90, VN' aangeduid

De m90 VN helmovertrek bestaat uit vier gelijkvormige aan elkaar genaaide delen met in totaal 2 sleuven. De twee delen met elk 1 sleuf zijn tegenover elkaar genaaid waarvan de onderste 2 sleuven zijn bedoeld om over de D-ring heen te schuiven. Hierdoor kan de helmhoes strak over de helm geplaatst kan worden. Aan de voorzijde is de VN logo in het wit gedrukt en aan beide zijkanten, boven de sleuven, zijn de letters UN (United Nations) in het wit gedrukt.

De helmovertrekken zijn gemaakt van stof bestaande uit 50% katoen en 50% polyester.

Opvallend is dat in 1996 toch nog een m90 model helmovertrek is geproduceerd in het VN blauw terwijl al vanaf 1993 de Schuberth B826 helm in het VN blauw werd gebruikt tbv VN missies. Voor zover bekend is de 'Helmovertrek m90, VN' dan ook nooit in gebruik geweest.


Gedurende de IFOR-1 missie, van december 1995 tot juni 1996, werd op kleine schaal door militairen van 42 (NL) mechbat Limburgse Jagers VN-blauwe B826 helmen met m90 woodland helmovertrekken gedragen.



De 1e model woodland proef-helmovertrek tbv de composiet helm wordt vaak ten onrechte aangemerkt als de eerste model m95 helmovertrek. Deze 1e model proef-helmovertrekken zijn helmovertreken die gebruikt zijn tijdens de draagproeven van de composiet helmen, begin jaren '90. 


Het is mij onbekend wie deze 1e model proef-helmovertrekken heeft geproduceerd. De aanname die ik maak, is dat deze 1e model proef-helmovertrekken van één fabrikant afkomen en dat er verschillende variaties zijn in stof. De 1e model proef-helmovertrekken heeft als basis de m90 woodland helmovertrek, zijn boven de tongen afgesneden en voorzien van een elastiek welke is ingenaaid.

De meeste 1e model proef-helmovertrekken zijn van grof geweven stof (100% katoen) wat opvallend is. Er zijn ook 1e model proef-helmovertrekken bekend waarvan deze bestaan uit een combinatie van zowel grof geweven stof (100% katoen) en gladde stof (50% katoen, 50% polyester). Tot heden heb ik geen enkele exemplaar gezien met een label.


Een ander interessante waarneming is dat de 1e model proef-helmovertrek 14 sleuven heeft net als de standaard m90 woodland helmovertrek. Echter, in tegenstelling tot de m90 woodland helmovertrekken zijn de 2 delen met 4 sleuven naast elkaar genaaid in plaats van tegenover elkaar. Een aanname waar ik rekening mee houd, is dat het afgekeurde of proefmodellen m90 woodland helmovertrekken kunnen zijn, al dan niet aangepast voor de composiethelmen. Bij de hier getoonde exemplaar kunt u zien dat de 2 voorste delen de extra 4de sleuf hebben onderaan.


Wat ook opvalt is dat de sleuven bestemd voor camouflage aan de binnenzijde zijn voorzien van extra stukken stof om de sleuven te versterken. Dit heb ik nog niet gezien bij de m90 woodland helmovertrekken.


Het is mij niet bekend of deze helmovertrekken tijdens de IFOR-1 missie zijn gebruikt.



Voorzover ik heb kunnen achterhalen, wordt de 2e model woodland proef-helmovertrek voor het eerst in december 1995 gebruikt, tijdens de IFOR-1 missie. De hoofdmacht voor de eerste IFOR missie werd geleverd door 42 Bataljon Limburgse Jagers (42 BLJ).


42 BLJ werd begin 1995 uitgerust om Dutchbat-4 uit te voeren in het 2e helft van 1995. Doordat de enclave Sebrenica viel, werd 42 BLJ in het 2e helft van 1995 uitgerust en opgewerkt om als gemechaniseerde infanterie bataljon in Bosnië onder de NATO missie IFOR ingezet te worden. Ergens in deze 2e helft van 1995 werd een deel van 42 BLJ uitgerust met de 2e model woodland proef-helmovertrek.


De 2e model woodland proef-helmovertrek was gemaakt van gladde stof (50% katoen-50% polyester) en was een 3-delige helmovertrek wat bestond uit een midden-deel en 2 zij-delen. Rondom waren 2 bovenelkaar horizontale elastieken banden aangebracht die in een woodland hoes waren geplaatst. Tevens waren 2 vertikale banden aangebracht, ook in een woodland hoes geplaatst. 1 vertikale band liep van links naar rechts en 1 van voren naar achteren. Aan de onderzijde was een elastiek ingenaaid om de helmovertrek te kunnen borgen. Aan de binnen achter-zijde was een wit label opgenaais met alleen een maataanduiding.



In 1996 werd een nieuw model helmovertrek voor de Gevechtshelm m95 ingevoerd en deze verving de Helmovertrek m90, woodland. Om onderscheid tussen de verschillende helmovertrekken te kunnen maken, wordt dit model binnen de Dutchhelmets collectie als 'Helmovertrek m96, Woodland' aangeduid. 


De m96 woodland helmovertrek was nagenoeg identiek als de 2e model woodland proef-helmovertrek en ook deze was gemaakt van gladde stof (50% katoen-50% polyester). Grootse verschil was de rubberenrand die aan de onderzijde van de helmovertrek werd aangebracht, ipv een elastiek. Deze diende ervoor om de helmovertrek stevig te borgen en om de rand van de helm extra te beschermen. Om deze rubberenrand was een stoffen hoes aangebracht die aan de onderzijde van de helmovertrek werd vastgenaaid.