Dragen van de helm


Het dragen van de helm anders dan op het hoofd


Sinds de invoering van de helm m27, maakte de Helmencommissie zich ook druk met het meevoeren van de helm anders dan op het hoofd. De helm m27 was oorspronkelijk ontworpen zonder een ranselriemsleuf en moest hierdoor worden meegevoerd door gebruik te maken van de kinriem. De helm kon of aan de ransel worden bevestigd, of aan de koppel.

Begin 1927 kwam toch het verzoek om de helm uit te rusten met een ranselriemsleuf.  Men voorzag toen al dat er geen andere mogelijkheden waren om de helm aan de koppel te hangen, gebruikmakend van een ranselriemsleuf aan de achterzijde van de helm. Dit leidde tot een productieaanpassing vanaf september 1927, waardoor de helmen alsnog werden voorzien van een ranselriemsleuf.

Ook was het gebleken dat paardrijden met een helm op het hoofd niet wenselijk was. De helm was zwaar waardoor men last van nek en schouders kregen.

 

Op 27 september 1928 kwam de Helmencommissie met voorstellen voor de draagwijze van de helm anders dan op het hoofd. Het volgende werd voorgesteld (samenvatting):

Infanterie

- Met ransel; ‘De helm wordt bevestigd op den ransel met de bovenste mantelriem gestoken door den stormband. Deze wordt hierbij enigszins aangehaald.’

- Zonder ransel; ‘De helm wordt op den rug gedragen, de stormband bevestigd aan den broodzakband, welke de patroontasschen ophoudt.’

- Zonder ransel, met rol; ‘De helm wordt op de opgerolde overjas bevestigd door twee opvolgende mantelriemen door den stormband te halen.’

- Onbereden officieren zonder ransel; ‘Twee mantelriemen worden door de oogen van den stormband gehaald en om den hals aan de voorzijde van den kraag gesloten. De helm hangt dan met de holle zijde tegen den rug.’

- Wielrijders; ‘Het is niet mogelijk gebleken eene draagwijze te vinden, die onder alle omstandigheden voldoet. In verband hiermede schijnt het noodig te wezen, dat aan dit personeel helmen worden verstrekt met een gleuf in den rand van achteren. Alsdan wordt de draagwijze als thans. De mogelijkheid is echter niet uitgesloten, dat de helm zou kunnen worden opgehangen met den stormband aan een aan den koppel te bevestigen haak.’

 

Bereden Artillerie

- Bereden op een paard met model zadel op de rechter zadeltas; ‘Den pakriem no.2 losmaken en de kap tot de steeg doortrekken, daarna den pakriem door de vierkante oogen van den stormband steken en weder vastgespen (het embleem dan den helm naar beneden gericht).’

- Stukrijders; ‘Op den voederzak van het V.H. paard. Den linkerpakriem no. 2 losmaken, daarna door de vierkantige oogen van den stormband steken en weder vastgespen (het embleem is naar links gekeerd).’

- Onberedenen; ‘Hiervoor geldt hetzelfde als voor Wielrijders.’

- Cavalerie; ‘Op de klep van den linker zadeltasch. De stormband om den tasch boven den sluitriem (het embleem is naar boven gekeerd).’

- Bereden officieren; ‘Op de klep van den kaartentasch met den stormband bevestigen.’

 

Op 10 juli 1929  werd een aanpassing voor de draagwijze van de helm anders dan op het hoofd voorgesteld voor de Bereden Artillerie:

- Onberedenen; ‘Links aan den lijfriem door middel van een riempje met gesp (Helmriempje), dat bij wijze van een koppelpassant aan den Koppel wordt geschoven.’

- Tractorrijders; ‘Met het embleem naar beneden gekeerd achter aan de leuning van de zitplaats met behulp van een riempje dat aan de leuning wordt bevestigd.’


Een wielrijder met een vroege m27 zonder ranselriemsleuf. Deze wordt door middel van de kinriem aan een haak opgehangen, waarbij de haak bevestigd is aan de koppel.



In oktober 1928 kwam kritiek dat de voorgestelde draagwijze voor de bereden officieren niet wenselijk was omdat het gebruik van de kaartentas dan niet mogelijk was zolang de helm daarop was bevestigd. Er werd een donker lederen helmdrager voorgesteld en een als voorbeeld toegezonden. De helm zou op de sabel bevestigd moeten worden middels een helmdrager waardoor alle uitrustingsstukken vrij gebruikt kon worden en de sabel rustiger kon hangen. De helm hing links van het paard in de helmdrager. In april 1931 werd een tweede helmdrager van blank leer gepresenteerd waarna deze werd beproefd met drie helmdragers. Uit deze beproeving bleek dat een bijkomend voordeel van het gebruik van de helmdrager was dat de sabel nog stiller kwam te hangen.

 

Op 22 juni 1932 gaf de Minister van Defensie goedkeuring aan het voorstel tot invoering van een helmdrager voor Bereden Officieren, waarbij de officieren zelf voor de aanschaffing moesten zorgen. Voor de Bereden Officieren van het reserve-personeel werden helmdragers aangeschaft.

 

In april 1934 kwam de Helmencommissie met een "ontwerp-gewijzigd model helmdrager voor personeel van “den Veterinairen Dienst" waarna op 23 april 1934 goedkeuring werd gegeven om personeel van de Veterinaire Dienst van een helmdrager te voorzien.

Vergeleken met de helmdrager voor Bereden Officieren, is de passant voor de sabel vervallen en is het riempje vervangen voor een langere riem die voorzien is van een kap. Bij het gebruik van de helmdrager voor personeel van de Veterinaire Dienst, wordt deze op de tas voor lijfgoederen, die de plaats van de sabel inneemt, bevestigd en vastgezet aan een ring van het zadel. Dit werd gedaan door de stoot van de klep van de tas voor lijfgoederen door de twee spleten onder aan de helmdager te steken. Vervolgens wordt het riempje, dat boven de helmdrager zit, van onder naar boven door de ring gehaald.


Op 06 december 1935 werd het draagriem voor de helm per Ministeriele Beschikking vastgesteld die bestemd was voor het Regiment Wielrijders en Eskadrons Wielrijders. Het draagriem was gemaakt van leder en er zijn bij mij 2 verscillende modellen bekend.


Het eerste model was gemaakt van donker leder en had aan een uiteinde een doorngesp.Onder het doorngesp waren, trapsgewijs, aan iedere zijde van het draagriempje, 2 lederen lussen aangebracht. Het draagriempje werd aan het koppel vastgemaakt door het riempje van boven naar beneden achter de koppel te steken en vervolgens door de achterste lus te steken. Vervolgens werd het draagriempje door de ranselriemsleuf gestoken, omgeslagen en vast gemaakt aan het doorngesp om vervolgens geborgd te worden aan het voorste lus.


Het tweede model was gemaakt van bruin leder, was aan een uiteinde omgeslagen om een lange lus te creeren en voorzien van een doorngesp.Het draagriempje werd aan het koppel vast gemaakt door het  de koppel in het lus te steken.Vervolgens werd het draagriempje door de ranselriemsleuf gestoken en vast gemaakt aan het doorngesp.



De helmhaak