M27


Model 1927 (m27) helmen


Hieronder is beknopt de helm model m27 beschreven. Wilt u meer weten over de helm m27, dan adviseer ik u graag om het boek ‘De Nederlandse stalen helm 1916-1992’ aan te schaffen. Hierin vind u veel informatie over de besluitvorming, ontwikkeling, productie, aantallen en veel meer. Ook zijn er vele foto’s waarin u details kunt bekijken en foto’s waar de helm m27 in gebruik te zien is.

 

 

Op 01 juli 1927 werd de helm model 1927 (m27) officieel ingevoerd als Helm Nieuw Model en werden alle verschillende modellen helmen m16 als Helm Oud Model aangeduid.

 

Op 31 december 1926 werd opdracht gegeven voor de productie van de nieuwe helm en eind mei 1927 was de proefserie van 200 helmschalen gereed. In juni en juli 1927 werd de proefserie van 200 helmen naar De Booij in Den Bosch gestuurd voor een binnenwerk. Het duurde echter nog tot eind januari 1928 voordat de binnenwerken werden geplaatst en de helmen gereed waren.

 

Vanaf het moment dat de m27 werd ingevoerd, was het meevoeren van de helm anders dan op het hoofd een belangrijk onderwerp waar veel over werd gesproken. De m27 was ontworpen zonder een ranselriemsleuf waardoor er beperkte mogelijkheden waren om de m27 anders dan op het hoofd mee te voeren. Begin 1927 kwam toch het verzoek om de helm uit te rusten met een ranselriemsleuf.

De helmen uit eerste productieserie die eind juli 1927 werd opgestart, hadden initieel ook geen ranselriemsleuf. Pas vanaf september 1927, werden de helmen voorzien van een ranselriemsleuf.

 

Op 26 augustus 1928 blijkt na inventarisatie dat het grootste deel van de helmen m27 van een ranselriemsleuf zijn voorzien. Ook blijkt dat het mogelijk is om de helmen m27 zonder ranselriemsleuf hiervan alsnog te voorzien. De helmen moeten van het binnenwerk worden ontdaan, uitgegloeid worden, voorzien van een ranselriemsleuf, blank en gehard worden, opnieuw geverfd worden en wederom van een binnenwerk worden voorzien. Dit zou een erg kostbare aanpassing zijn waardoor het advies is om deze helmen niet van een ranselriemsleuf te voorzien.

De helmen m27 zonder ranselriemsleuf zou alleen aan de Infanterie verstrekt worden omdat de Infanterie geen behoefte had aan een helm met ranselriemsleuf.

Uiteindelijk bleef het aantal helmen zonder ranselriemsleuf beperkt tot de eerste 200 helmen uit de proefserie en de helmen m27 die vanaf juli 1927 tot september 1927 waren geproduceerd. Vrijwel al deze helmen m27 kregen begin jaren ’30 alsnog een ranselriemsleuf.

 

In februari 1931 moest de particuliere industrie zoveel als mogelijk worden betrokken bij de productie en in mei 1931 werd besloten om Verblifa bij de productie te betrekken. Begin 1932 was de hele productie aan de Verblifa uitbesteed.

 

De holnieten waarmee de kinriembeugel aan het binnenwerk en helmschaal werd bevestigd, waren kwetsbaar en braken makkelijk onder druk. Daarom werd op 18 mei 1931 besloten om de kinriembeugel te bevestigen met een koperen klinknagel, wat direct werd doorgevoerd in de productie. Besloten werd om de in gebruik zijnde helmen aan te passen door het vervangen van de 2 holnieten die de kinriembeugels vasthielden voor 2 koperen klinknagels. Dit gebeurde alleen bij de helmen waarvan de holnieten afbraken waardoor de kinriembeugels loslieten.

 

Begin 1932 werden enkele gewijzigde helmen m27 geproduceerd die m27GE (gewijzigd model) mogen worden genoemd. Het waren helmen die tijdens de reguliere productie werden gewijzigd en die geleverd werden met de reguliere orders.

 

Alle helmen m27 bestemd voor het Veldleger waren voorzien van een leeuwembleem, midden voor geplaatst. De leeuwembleem was op 13 december 1923 al uitvoerig behandeld in een tussentijds verslag van de Helmencommissie. Voor de productie had men een beroep gedaan op de Rijksmunt uit Utrecht, die Chris van der Hoef vroeg het leeuwembleem vorm te geven. Van der Hoef kwam zover bekend met twee schetsen. Eén met een gekroonde W van Koningin Wilhelmina en één met een heraldische Nederlandse Leeuw. Dit laatste ontwerp had de voorkeur, dat op 31 maart 1927 werd goedgekeurd.  De leeuwmbleem werd uit roodkoper gemaakt en werd op de helm gesoldeerd.



Ook de Marine ging over op de helm m27 nadat deze werd ingevoerd. Aanvankelijk werd de m27 gedragen met leeuwembleem, maar vrij snel ontstond de behoefte om een eigen onderscheidend embleem op de helm te dragen. De leeuwembleem werd vervangen door een in zwart gespoten onklare gekroonde ankerembleem. De ankerembleem was van hetzelfde model zoals ook op de pet werd gedragen.

 

Uiteindelijk zijn er meerdere variaties van het model m27 in gebruik geweest. Dit waren de volgende variaties:

De m27 proefexemplaar geproduceerd in 1926 door de Artillerie Inrichtingen;

De m27 proefserie geproduceerd in mei 1927 door de Artillerie Inrichtingen;

De m27 geproduceerd vanaf eind juli tot september 1927 door de Artillerie Inrichtingen;

De m27 geproduceerd vanaf september 1927 tot 1930 door de Artillerie Inrichtingen;

De m27 geproduceerd in 1930 en 1931 door de Artillerie Inrichtingen en Verblifa;

De m27GR geproduceerd in 1931, 1935, 1937 en 1940 door de Artillerie Inrichtingen en Verblifa;

De m27 geproduceerd in 1932 en 1933 door Verblifa;

De m27 Marine, aangepast in 1932 door de Marinewerf;

De m27GE geproduceerd in 1932 door de Artillerie Inrichtingen;

De m27GE Marine, aangepast in 1936 door de Marinewerf.

 

De proefexemplaar m27 geproduceerd in 1926 kenmerkt zich door het ontbreken van een ranselriemsleuf, een scherpe rand en een donkere grasgroene kleur met een korrelige afwerking. Voorop was een leeuwembleem geplaatst waar een holniet in het midden van het embleem doorheen was geplaatst.

Het binnenwerk was afgeleid van het model zoals gebruikt op de m16 helmen en bestond uit drie lederen flappen geplaatst op een lederen band. Het geheel werd aan de helm bevestigd met 8 stalen holnieten. De kinriem was van het 3e model waarbij de kinriemgesp rechts geplaatst was.

 

De 200 helmen m27 uit de proefserie geproduceerd in mei 1927 kenmerken zich door het ontbreken van een ranselriemsleuf en een grasgroene kleur met een korrelige afwerking. Deze helmen kregen begin jaren ’30 alsnog een ranselriemsleuf. Voorop was een leeuwembleem geplaatst.

Het binnenwerk was afgeleid van het model zoals gebruikt op de m16 helmen en bestond uit drie lederen flappen geplaatst op een lederen band. Onder elk lederen flap was een driehoekig oranje vilten flap geplaatst. Aan de achterzijde was een lederen kapje aangebracht dat kon worden versteld met een riempje en een doorngesp. Het geheel werd aan de helm bevestigd met 7 stalen holnieten. De kinriem was van het 3e model.

 

De helmen m27 geproduceerd vanaf eind juli 1927 tot september 1927 kenmerken zich door het ontbreken van een ranselriemsleuf aan de achterzijde en een grasgroene kleur met een korrelige afwerking. Deze helmen kregen begin jaren ’30 alsnog een ranselriemsleuf. Voorop was een leeuwembleem geplaatst.

Het binnenwerk bleef gelijk en werd bevestigd met 7 stalen holnieten. De kinriem was van het 3e model.

Deze helmen hadden een ingeslagen stempel (27B) in de helmbol en kregen na goedkeuring van de Centrale Magazijnen een zwarte CM stempel met goedkeuringsdatum op de lederen band.



De helmen m27 geproduceerd vanaf september 1927 tot 1930 kenmerken zich door een ranselriemsleuf aan de achterzijde en een donkergroene kleur met een korrelige afwerking. Voorop was een leeuwembleem geplaatst.

Het binnenwerk bleef gelijk en werd bevestigd met 7 stalen holnieten. De kinriem was van het 3e model.

Deze helmen hadden een ingeslagen stempel in de helmbol en kregen na goedkeuring van de Centrale Magazijnen een zwarte CM stempel met goedkeuringsdatum op de lederen band.



De helmen m27 geproduceerd vanaf 1930 en 1931 kenmerken zich door een ranselriemsleuf aan de achterzijde en de donkergroene kleur met een gladde afwerking. Voorop was een leeuwembleem geplaatst.

Het binnenwerk bleef gelijk en werd bevestigd met 7 stalen holnieten. De kinriem was van het 3e model.

Deze helmen hadden een ingeslagen stempel in de helmbol en kregen na goedkeuring van de Centrale Magazijnen een zwarte CM stempel met goedkeuringsdatum op de lederen band.



De helmen m27GR geproduceerd in 1931 kenmerken zich door een ranselriemsleuf aan de achterzijde en de donkergroene kleur met een gladde afwerking. De helmen m27GR geproduceerd in 1935 kenmerken zich door een ranselriemsleuf aan de achterzijde en de donker grijsgroene kleur met een gladde afwerking en de helmen m27GR geproduceerd in 1937 en 1940 kenmerken zich door een ranselriemsleuf aan de achterzijde en de olijfgroene kleur met een gladde afwerking. Voorop was een leeuwembleem geplaatst.

De m27GR had een binnenwerk met een hoofdomvang van 63 cm en bestond uit drie lederen flappen geplaatst op een lederen band. Onder elk lederen flap was een driehoekig oranje vilten flap geplaatst. Aan de achterzijde was een lederen kapje aangebracht dat kon worden versteld met een riempje en een doorngesp. Het geheel werd aan de helm bevestigd met 5 stalen holnieten en 2 koperen klinknagels. De kinriem was van het 3e model.

Het binnenwerk van de helmen m27GR uit 1931 werd aan de voorzijde van de lederen band gestempeld met de letters GR. De helmen m27GR die vanaf 1935 werden geproduceerd kregen een in het staal geslagen nummer 63 aan de achterzijde van het scherm.

De helm kreeg na goedkeuring van de Centrale Magazijnen een zwarte CM stempel met goedkeuringsdatum op de lederen band.



De helmen m27 geproduceerd vanaf 1932 en in 1933 kenmerken zich door een ranselriemsleuf aan de achterzijde en de donker grijsgroene kleur met een gladde afwerking. Voorop was een leeuwembleem geplaatst.

Het binnenwerk bleef gelijk en werd bevestigd met 5 stalen holnieten en 2 koperen klinknagels. De kinriem was van het 3e model.

Deze helmen hadden een ingeslagen stempel in de helmbol of in de scherm onder de ranselriemsleuf en kregen na goedkeuring van de Centrale Magazijnen een zwarte CM stempel met goedkeuringsdatum op de lederen band. Een aantal helmen kregen naast de zwarte CM stempel op de lederen band ook een witte CM stempel in de lederen kap. Opvallend is dat de datum van beide CM stempels vaak van elkaar verschillen.



De helmen m27 Marine aangepast in 1932 kenmerken zich door een ranselriemsleuf aan de achterzijde en de donkergroene kleur met een gladde afwerking. Voorop was de leeuwembleem verwijderd en vervangen door een ankerembleem, wat gedaan werd door de Marinewerf. Na het vervangen van de leeuwembleem, werd de helm aan de buitenzijde in een donker grijsgroene kleur overgeverfd.

Het binnenwerk werd voor het vervangen van het helmembleem niet verwijderd, bleef gelijk en werd bevestigd met 5 stalen holnieten en 2 koperen klinknagels. De kinriem was van het 3e model.

De helmen hadden een zwarte CM stempel met goedkeuringsdatum op de lederen band die door het Centrale Magazijnen was aangebracht, voordat de helmen naar de Marinewerf werden gezonden.



De helmen m27GE geproduceerd in 1932 kenmerken zich door een ranselriemsleuf aan de achterzijde en een grijsgroene kleur met een gladde afwerking. Voorop was een leeuwembleem geplaatst.

Het binnenwerk bleef gelijk en werd bevestigd met 5 stalen holnieten en 2 koperen klinknagels. De kinriem was van het 3e model.

Deze helmen hadden een ingeslagen stempel in de helmbol en kregen na goedkeuring van de Centrale Magazijnen een zwarte CM stempel met goedkeuringsdatum op de lederen band.



Van maart 1936 tot aan de zomer van 1936 werden 100 helmen aangepast voor de Marine, wat gedaan werd door de eigen Marinewerf. Deze partij van 100 helmen waren in ieder geval van het model m27GE en mogelijk waren er ook helmen van het model m33. De leeuwemblemen  werden verwijderd en vervangen door een ankerembleem.

 

In juli 1937 brak de tweede Chinees-Japanse oorlog uit. De internationale gemeenschap reageerde snel en organiseerde in korte tijd een troepenmacht, die de internationale nederzettingen moest veiligstellen en de eigen burgers evacueren. Voor de evacuatie van de Nederlandse burgers vertrok de Hr. Ms. torpedobootjager Van Galen op 16 augustus 1937 vanuit Soerabaja naar Shanghai, met aan boord een contigent mariniers onder leiding van eerste luitenant H. Lieftinck.  Deze mariniers waren uitgerust met helmen m27, m27GE en mogelijk ook helmen m33. Bij al deze helmen waren de leeuwemblemen vervangen door ankeremblemen.

 

De helmen m27GE Marine helmen aangepast in 1936 kenmerkt zich door een ranselriemsleuf aan de achterzijde en een donkergroene kleur. Voorop was de leeuwembleem verwijderd en vervangen voor een ankerembleem, wat gedaan werd door de Marinewerf. De ankerembleem was van hetzelfde model zoals ook op de koppelplaat werd gedragen. Na het vervangen van het helmembleem, werd de helm aan de buitenzijde in een donker groene kleur overgeverfd.

Het binnenwerk werd voor het vervangen van het helmembleem niet verwijderd en bleef gelijk. De kinriem was van het 3e model.

Deze helmen hadden een ingeslagen stempel in de helmbol en kregen na goedkeuring van de Centrale Magazijnen een zwarte CM stempel met goedkeuringsdatum op de lederen band die door het Centrale Magazijnen was aangebracht, voordat de helmen naar de Marinewerf werden gezonden.